Home page



De
parousia
van de Heer



"Houd dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen ........."
(Mat.28:20).


INLEIDING

Het Griekse woord parousia, dat aanwezigheid betekent, is meestal vertaald door komst. Daarom denkt men ten onrechte, dat teksten met het woord parousia spreken van een wederkomst van Jezus later. Ze gaan echter over Zijn aanwezigheid nu.

In de Middeleeuwen ontstond de theorie, dat Christus later plotseling zou verschijnen om "de levenden en de doden te oordelen" op de "dag des Heren", een verwrongen gedachte die lang zou voortbestaan.

Zelfs de vertalers van de statenbijbel vertaalden parousia met komst. Ook in hun denken paste het hier aanwezig zijn van Christus niet. Hij was weg, naar de hemel. Ze konden niet "zien", dat Jezus' parousia Zijn aanwezigheid is op aarde in de harten van de Zijnen (Joh.14:23).


PAROUSIA

Het woord parousia wordt in het nieuwe testament twee keer gebruikt als het niet over Jezus gaat, maar over Paulus. Er staat: "Zijn brieven zijn wel krachtig, maar zijn persoonlijke parousia (aanwezigheid) is zwak" (2Cor.10:10). "En geliefden", zegt Paulus, "blijf niet alleen in mijn parousia (aanwezigheid), maar des te meer bij mijn apousia (afwezigheid) aan je vrijmaking werken" (Fil.2:12).

Bijna alle christenen geloven, dat de wederkomst van Christus de hoop is van de gemeente. Als Hij terugkomt, maakt Hij alles nieuw, denken ze. Dan komt er eindelijk vrede. Dan is de Heer niet meer weg.

Maar .... Zijn latere komst is niet alleen onze hoop, maar juist Zijn aanwezigheid nu! (Col.1:27). In een geestelijke gedaante is Hij gekomen, om ons hier en nu te veranderen naar Zijn beeld.


HET WOORD PAROUSIA IN 2 PETRUS

Petrus gebruikt daar parousia drie keer en elke keer is het vertaald als komst (1:16, 3:4, 3:12). In de eerste tekst verwijst hij naar de aanwezigheid van de Vader in Jezus die zichtbaar werd, toen hij, Johannes en Jacobus met Hem op een berg waren. Ze zagen dat Zijn gezicht ging stralen als de zon en dat Zijn kleren wit werden als het licht (Mat.17:2). Het ging helemaal niet over Zijn komst. Hij was al een paar jaar samen met Zijn discipelen.

Nu werd er iets openbaar, wat ze nog nooit van Hem hadden gezien: ze zagen Hem stralend van de heerlijkheid van God bij hen aanwezig! Daarom zegt Petrus: "We zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen we jullie de kracht en de parousia van onze Here Jezus Christus hebben verkondigd. We zijn ooggetuigen geweest van de hemelse majesteit die Hij van de Vader had ontvangen ...." (uit: 2 Petr.1:16-18).

"De kracht en de komst van onze Here Jezus Christus", die Petrus noemt, wijst niet op Zijn komst in de wereld of naar Zijn wederkomst, maar naar Zijn heerlijke aanwezigheid als Zoon van God. En ook nu zullen discipelen, die in de geest met Hem "de berg opgaan", dat zien. "Jullie ogen zullen de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen en zullen een wijd uitgestrekt land zien" (Jes.33:17).

Zijn schoonheid en Zijn land. Jezus legt uit, wat dat is. Het is het "zien" van Zijn innerlijke heerlijkheid, het kennen van Zijn koningschap. In alle evangeliŽn gaat de beschrijving van de parousia op de berg vooraf door een opmerking als: "Ik zeg u, er zijn sommigen onder wie hier staan, die de dood niet zullen smaken, voordat zij het koninkrijk Gods gezien zullen hebben" (Luc.9:27).

MattheŁs beschrijft het gebeurde als het komen van de Zoon des mensen in Zijn koninklijke waardigheid (Mat.16:28). Marcus zegt, dat het gaat om het Koninkrijk Gods, dat komt met kracht (Marc.9:1). En Petrus spreekt dus van de kracht en de parousia van Christus. En naarmate Zijn kracht en tegenwoordigheid in ons groeit en zich kan manifesteren vanuit onze vernieuwde geest, zullen ook wij de Koning en Zijn koninkrijk steeds beter leren "zien" (=kennen). Wanneer en waar? Als we samen zijn met Hem, "op Sion" (Op.14:1).


GODS PAROUSIA IN JEZUS, ALS TEKEN

We zullen nooit "inzicht krijgen in het geheimenis van Christus" (Ef.3:4), als we niet zien, dat Jezus, behalve redder der wereld, verlosser en doper met de heilige Geest, ook een teken is. Wat betekent dat?

Tekenen verbergen geheimenissen, net als oudtestamentische ceremonieŽn, wetten, geschiedenissen en profetieŽn, net als de nieuwtestamentische gelijkenissen en wondertekenen. Ze verwijzen naar een vervulling op "hogere" wijze daarna.

Jezus is het grootste teken aller tijden. "De Here zal u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden, een zoon baren en Hem de naam ImmanuŽl geven" (Jes.7:14). Niet de maagd was het teken, ook niet de wonderlijke bevruchting en geboorte, maar het kind. Jezus zou een teken zijn (vgl. Luc.2:34). Waarvan?

Deze man uit Nazareth, Zijn geboorte, Zijn jeugd, Zijn leven als jongvolwassene, Zijn bediening, Zijn wondertekenen, Zijn woorden, Zijn opstanding, alles wijst heen naar wat vervuld zal worden in een samengesteld mannelijk lichaam, een lichaam van zonen, dat Paulus de volheid van Christus noemt. Zoals Gods parousia in Hem was, zo zal Zijn parousia in hen zijn. Zij zijn de volheid waarvan de Heer Jezus het teken was.

Voor velen is dit moeilijk te begrijpen, omdat er niet of weinig over wordt gesproken. Het is trouwens een geheimenis, waarvan Paulus zegt, dat het hem moest worden geopenbaard. Hij noemt het "mijn evangelie". Hij leerde de heerlijke waarheid zien van de mannelijke rijpheid en van het groeien tot de volheid van Christus (Ef.4:13). Hij wist van het lichaam dat uit veel zonen zou bestaan en dat geschapen zou zijn naar Gods beeld en gelijkenis (zie 1Cor.12:12,27; Rom.8:29; Hebr.2:10; Op.21:7, 2:26-27, 3:21). Hij wist zeker, dat er een vervulling zou komen van het door God gegeven teken. De Zoon van God was in IsraŽl rondgegaan om allen die door de duivel overweldigd waren te genezen (Hand.10:38). Paulus zag de vervulling daarvan: de zonen Gods zullen de ganse schepping doorgaan om die volkomen te bevrijden (Rom.8:18-30).

Als wij het Teken kennen en naar de vervulling ervan uitzien, dan "zie" je, hoe Hij in je wordt geboren en toeneemt "in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen" (Luc.2:52). Dat is Jezus volgen op de weg.

Leer, net als de jonge Jezus, "het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen" (Jes.7:15). Dat is het Lam volgen, waar Hij ook heen gaat. Maak uw wil ondergeschikt aan de wil van de Vader, zoals Hij dat deed en zeg ook: "Ik verlang, Vader, om Uw wil te doen" (Ps.40:9). Dat is God liefhebben boven alles. Zo groeien we in grootte en genade, worden we vervuld met wijsheid en wordt de parousia van Christus (=de Gezalfde) ook in ons met de dag reŽler.

Toen, na jaren lang het kwade te hebben verworpen en het goede te hebben gekozen, na te hebben geleerd om God boven alles te gehoorzamen, ging Hij naar de Jordaan. Daar liet Hij Zich dopen en werd Hij door de Vader verklaard tot Zoon, Zijn geliefde Zoon (Mat. 3:17, Hebr.5:8). Nu was de parousia van de Vader in Hem volkomen en was Hij Zoon des mensen ťn Zoon van God, aan wie de Vader alles toevertrouwde (Joh.3:35, 13:3).

Daarna volgde Zijn bediening. De tekenen die Hij deed, waren niet alleen wonderen, maar tevens heerlijke beloften en tekenen, wat God zou doen op grotere schaal in de geestelijk blinden, lammen en melaatsen. Zie op Hem! "Heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen". Nooit wees Hij iemand af, die tot Hem kwam. Er was geen ziekte te ernstig, geen demon te sterk, geen storm te hevig en geen zondaar te zondig. Hij overwon iedere tegenstand. Hij liet in "dit dal van diepe duisternis" Gods licht schijnen.

Nu is Hij aan de rechterhand van de Vader, gekroond met eer en heerlijkheid! Nu wacht Hij op de vervulling van het teken, op het gehele Lichaam dat zal komen tot de maat van de volheid van Christus en dat alle vijanden zal maken tot een voetbank voor Zijn voeten. Het Lam heeft overwonnen en is gekroond! En het machtige werk, dat Hij begon, zal worden voortgezet door Zijn "Lichaam", door de "zonen" die Hem volgen waarheen Hij ook gaat en die vol zullen zijn van Zijn parousia (vgl. Hebr.1 en 2).


WAAR KOMT HET WOORD PAROUSIA VOOR?

We gaan nu het woord parousia nader bekijken. In alle onderstaande teksten komt het voor en is het vertaald als komst. Maar het gaat dus om Zijn komst in het eeuwige nu, om Zijn nu gekomen zijn, om Zijn aanwezigheid.

"Wat is het teken van Uw aanwezigheid?"
(Mat.24:3).

"Zo zal de aanwezigheid van de Zoon des mensen zijn"
(Mat.24:27,37).

"Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij (=in) Zijn aanwezigheid"
(1Cor.15:23).

"Want wie is onze hoop of blijdschap of erekrans voor onze Here Jezus Christus in Zijn tegenwoordigheid?
(1Thess.2:19).

"Zodat ze onberispelijk zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij (=in) de aanwezigheid van onze Here Jezus Christus"
(1Thess.3:13).

"Wij levenden die achterblijven tot (=in) de aanwezigheid van de Heer"
(1Thess.4:15).

"Heb geduld, broeders, tot (=in) de aanwezigheid van de Heer"
(Jac.5:7).

"Hij heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij (=in) de aanwezigheid van de Heer Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn"
(1Thess.5:23).

"Wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de aanwezigheid van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem"
(2Thess.2:1).

"Oefen geduld, sterk uw hart, want de aanwezigheid van de Heer is nabij"
(Jac.5:8).

"Er zullen in de laatste dagen spotters komen, die zeggen: waar blijft de belofte van zijn aanwezigheid?"
(2Petr.3:3-4).

Enkele van deze teksten zullen we nader bekijken.


1 THESSALONICENSEN 5:23-24

"En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn".

Deze incorrecte vertaling van de Griekse tekst suggereert, dat Paulus geloofde, dat de gelovigen in Thessalonica onberispelijke zouden worden bewaard tot de wederkomst van de Heer.

Maar in de Griekse tekst staat er niet bij de komst, maar in, duidend op een plaats, een positie. De juiste vertaling had moeten zijn: "En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en moge uw geest, ziel en lichaam, onberispelijk bewaard blijven in de tegenwoordigheid van onze Here Jezus Christus". Zo hebben enkele Engelse bijbelvertalers, als Dr. Robert Young, deze teksten vertaald.

De bedoeling van dit vers is dus, dat we ons leven heiligen en rein bewaren door het zijn in Zijn aanwezigheid. Bij Hem worden we door Zijn Geest zonder vlek of rimpel gemaakt en onberispelijk bewaard. "God heeft ons immers in Hem uitverkoren vůůr de grondlegging der wereld, opdat we heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht" (Ef. 1:4).

Vůůr de grondlegging van de wereld? Dat Jezus voor de grondlegging al uitgekozen was om heilig en onberispelijk op aarde voor Gods aangezicht te leven, daar heeft geen enkele gelovige moeite mee. Hij zou een onberispelijk en vlekkeloos lam zijn (1Petr.1:19). Maar kunnen wij geloven, dat God ook ons in Hem daarvoor heeft uitgekozen? Geloven we, dat ook wij onberispelijk en vlekkeloos gemaakt kunnen worden en dat "God ons daartoe bereid heeft" (2Cor.5:5)? Dat kan! Door het steeds blijven in Zijn parousia!


1 THESSALONICENZEN 3:13

"Om uw harten te versterken, zodat ze onberispelijk zijn in heiligheid voor onze God en Vader bij de komst (parousia, aanwezigheid) van onze Here Jezus".

Dr. Young vertaalde deze tekst in zijn "Literal Translation" (Letterlijke Vertaling) als volgt: "Om uw harten onberispelijk te maken in heiliging voor onze God en Vader, in de tegenwoordigheid van onze Here Jezus Christus".

Ook hier is duidelijk, dat Paulus bedoelde te zeggen, dat we niet later, bij de zogenaamde "wederkomst" van de Heer, maar dat we nu in Zijn tegenwoordigheid onberispelijk gemaakt dienen te worden voor de hemelse Vader.

Zou het dan niet beter zijn, dat we alles wat ons door mensen is geleerd, eens uitsorteren en alleen dat bewaren wat de Heer door Zijn Geest in ons bevestigt? (vgl.Mat.13:47-48, 51-52). Want als we blijven vasthouden aan wat we weten via ons intellect (hoe nuttig intellectuele kennis ook is), zullen de geheimenissen van het Koninkrijk Gods ook voor ons altijd verborgen blijven (vgl. Mat.11:25).

"Kom dan tot Mij, allen die moe en belast zijn, en Ik zal je rust geven; neem Mijn juk op je en leer van Mij" (Mat.11:28-29).


JACOBUS 5:7-8

"Heb geduld, broeders, tot de komst van de Heer. Want een landman wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft geduld, totdat de vroege en de late regen erop gevallen is. Oefen geduld, sterk je harten, want de komst van de Heer is nabij".

Nu de vertaling van Dr. Young: "Heb geduld, broeders, tot in de aanwezigheid van de Heer .... Wees ook geduldig en versterk uw hart, want de aanwezigheid van de Heer is nabijgekomen".

Moesten deze eerste christenbroeders wachten op een verre komst van de nabije Jezus, 2000 jaar lang? Dat is toch onzin! Jacobus schrijft niet over de "wederkomst" van de Heer bij de voleinding der tijden. Hij heeft het over Zijn tegenwoordigheid als "regen" op en in de Zijnen.

Zijn komst als regen spreekt van een geestelijk komen in Zijn volk, als regen op Zijn akker (vgl. 1Cor.3:9). Regenen is het neerkomen van de verkwikkende aanwezigheid van Christus als levendmakende Geest.

Dat werd al aangekondigd door Hosea: "Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit" (Hos.6:3). Tot ons, het droge land. Wij worden voortdurend in Zijn parousia beregend door Zijn Geest en vruchtbaar gemaakt, heden, "in het eeuwige nu!"

Hoe weinigen realiseren zich, dat God nůg meer verlangt naar "de tijd van de late regen" dan wij. Waarom? Omdat Hij de Landman is, de Eigenaar van de akker. Hij ziet uit naar de oogst. Hij wacht tot Zijn volk "de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon bereikt, de mannelijke rijpheid, de volle groei van Christus" (Ef.4:13). Hij wacht op de kostelijke vrucht van Zijn akker (=Zijn gemeente, 1Cor.3:9). Hij wacht op de aren, die dertig-, zestig- of misschien wel honderdvoudig vrucht gaan voortbrengen.

Wat voor vrucht zou dat zijn? Exact gelijkvormig aan wat er in de akker Gods is gezaaid. Het is het levende Woord, maar nu in onze harten (Luc.8:11, Col.3:15-17). DŠŠr wacht de Vader op. Hij wacht op Zijn "oogst", in Zijn kinderen.


MATTHE‹S 24:27

"Want zoals de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst (parousia) van de Zoon des mensen zijn".

Dat Zijn parousia zal zijn zoals de bliksem komt, heeft de opvatting versterkt, dat de parousia van de Heer ons in ťťn ogenblik zou overkomen, als een plotselinge flits aan de hemel.

Het Griekse woord, dat hier als bliksem is vertaald, is astrape. Het betekent helder licht. Het komt bijvoorbeeld voor in Lucas 11:36. "Als geen enkel deel van je lichaam duister is, is het geheel verlicht, alsof een lamp je met haar heldere schijnsel verlicht".

Een bliksemflits is inderdaad een helder licht, maar flitst die van oost naar west? Natuurlijk niet! De bliksem flitst alle kanten uit, al naar gelang de positie van de met positieve of negatieve elektriciteit geladen wolken.

Welk licht komt altijd uit het oosten en schijnt tot het westen? Dat is het heldere licht van de zon. Onze Heer Jezus is dat licht (Joh.9:5). Hij is "de Zon der gerechtigheid, onder Wiens vleugels er genezing is"? (Mal.4:2). Hij is als de Vader: "een zon en een schild, die genade (=kracht) en eer (=heerlijkheid) geeft" (Ps.84:12).

De parousia van Christus is als het licht van de nieuwe dag (Mat.24:27). Het is al eeuwen aan het schijnen, in de harten van Zijn volk. Zet uw hart maar wijd open voor Hem, opdat de stralende parousia van de Heer ook uit u gezien moge worden (vgl. Jes.60:1).


2 THESSALONICENZEN 2:1

"We verzoeken u, broeders, met betrekking tot de parousia (=tegenwoordigheid) van onze Heer en onze vereniging met Hem......".

Paulus spreekt hier over Jezus' aanwezigheid en ons ťťn zijn met Hem.

Hetzelfde staat in HebreeŽn 10:25. Maar daar is "onze vereniging met Hem" helaas foutief vertaald als "onze eigen bijeenkomst" De NBG-vertaling zegt het zo: "We moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn". En waar denkt men dan aan? Aan de eigen kerkdienst of samenkomst. Daar moet je naar toe.

Nee, we moeten onze eigen vereniging met Hem niet verslonzen. Je moet bij Hem blijven, ťťn met Hem, in Zijn aanwezigheid. Hij had beloofd bij hen en in hun midden te zijn tot aan de voleinding der wereld" (Mat.28:20). "Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden" (Mat.18:20).

Er staat in Mat.18:20 niet: "Waar twee of drie zich vergaderen". Of: "Waar twee of drie met elkaar samenkomen". Nee, wat de Heer zegt, staat in de lijdende vorm: "Waar twee of drie vergaderd zijn (geworden)". En daar hoort eigenlijk nog een bepaling achter met door.....! Ja, door wie? Wie brengt de heiligen bij elkaar, opdat de Christus in hun midden kan zijn? De heilige Geest natuurlijk! "Waar twee of drie vergaderd zijn geworden (door de heilige Geest) in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden". Dan "zien" we Zijn parousia, Zijn aanwezigheid .....


MATTHE‹S 28:20

"En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld" (letterlijk: aioon, eeuw).

De meeste gelovigen zien deze woorden als een heerlijke belofte. Maar het is meer dan een belofte. Hij zei niet: "Ik zal alle dagen met u zijn", of: "Ik wil alle dagen met u zijn". Deze woorden, "Ik ben met u al de dagen", is een feit Dat gold toen, dat geldt nu, dat blijft altijd gelden.

Wie is de Heer nu? "Hij is nu Geest" (2Cor.3:17). Marcus zegt ons in het allerlaatste vers van zijn beschrijving van het evangelie: "Ze gingen heen en predikten overal, terwijl de Heer meewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden" (Marc.16:20). Hij was opgestegen: "Ik stijg op naar Mijn Vader en uw Vader" (Joh.20:17). En toch was Hij niet weg! Vanuit die hemelse sfeer hielp Hij mee!

Hij had hun eerder al gezegd, dat Hij moest gaan tot de Vader, opdat Zijn Geest ook in hen kon komen als Helper (Joh.14:16). Ze zouden dan een veel dieper besef krijgen van Zijn parousia, veel dieper dan ze ooit hadden gekend. En niet alleen zij. Hij zou als Geest ook aanwezig zijn in talloze discipelen, die allemaal kunnen zeggen: "Ik leef, maar niet mijn ik, maar Christus leeft in mij" (Gal.2:20).

Maar hoe zit het dan met de hemelvaart? (Hand.1:1-11). Wel, we lezen, dat de Heer Jezus Zijn trouwe groepje volgelingen Jeruzalem uitleidde, richting BethaniŽ, tot op de Olijfberg. Hij sprak daarbij met hen over de belofte van de Vader, de heilige Geest. Toen Hij uitgesproken was, hief Hij Zijn handen omhoog en zegende hen. Al zegenend kwam Zijn lichaam los van de aarde. Ze volgden Hem met starende blik, totdat een wolk Hem onttrok aan hun ogen. Dat betekent, dat Hij nu is verborgen in de wolk, in de wolk van getuigen, in Zijn volk in de hemelse gewesten met wie Hij Zich eens zal openbaren (Hebr.12:1, Op.1:7).


2 PETRUS 3:3-4

"In het laatste der dagen zullen er spotters komen, die zullen zeggen: Waar blijft nu de belofte van Zijn parousia? Want alles blijft zoals het altijd is geweest".

Ja, voor de natuurlijke mens verandert er inderdaad niets! De wereld draait door. De zon gaat op en weer onder. Er worden mensen geboren, ze leven en sterven, de ene generatie na de andere. Zo is het altijd geweest.

Om Zijn aanwezigheid te ervaren heb je namelijk "geestelijke ogen en oren" nodig. Dan zie je Hem die Geest is en hoor je Zijn stem. Het is wel degelijk mogelijk om nu te leven in de aanwezigheid van Jezus, met Hem die tweeduizend jaar geleden zieken genas en doden opwekte, voor wie demonen sidderden, die sprak zoals nog nooit iemand had gesproken, die leefde, stierf en de dood overwon. Hij wandelt nog steeds met ons mee, maar nu als Geest (2Cor.3:17). Hij is ongelooflijk dichtbij! "Hij is nabij .... in uw hart" (Rom.10:6-7). "Ik ben met jullie, alle dagen ....".

Home page