Home page



Hem
tegemoet
in de lucht


"Jezus
is gestorven en opgestaan"
(=pasen)

"Hij zal neerdalen van de hemel
en zij die in Hem gestorven zijn, zullen het eerst opstaan"
(=pinksteren)

"En wij allen gaan Hem tegemoet in de lucht om altijd bij Hem zijn"
(=het loofhuttenfeest)

(1Thes.4:14-17).


INLEIDING

Deze bijbelstudie is een vervolg op "Zijn komst in de feesten". Die feesttijden symboliseren de komst van de Heer over Zijn volk (=het pascha), Zijn komst in de eerstelingen (=pinksteren) en Zijn komst in Zijn hele volk (=het loofhuttenfeest). Toen Paulus aan de Thessalonicensen schreef, had hij deze feesttijden ongetwijfeld in gedachten.


VAN OUD TOT NIEUW

Paulus was een groot kenner van de schrift (Fil.3:6). Maar toen hij door wedergeboorte het koninkrijk van God ging zien en leerde binnengaan, vond hij een betere weg dan die van het verstand alleen: de vernieuwing door Gods Geest (Tit.3:5b).

Joodse traditie, zijn status als Farizeer, zijn geweldige kennis van wetten en ceremonin achtte hij als afval, vergeleken met de geestelijke realiteiten die de Heer hem toen toevertrouwde. Hij gaf het "oude" prijs, toen God hem tot het "nieuwe" riep (Fil.3:4-14).

Hij kende vanaf toen de schrift niet meer alleen naar de letter, maar zag ook, dat God Zijn Zoon, het levende Woord, in hem ging openbaren (Gal.1:15-16). Hij ontving Zijn opstandingskracht, opdat ook hij zou mogen komen tot de opstanding vanuit de doden (Fil.3:9-14). Hij leerde Hem kennen als vernieuwende Geest (1Cor.15:45).

Ook de feesten van de Heer ging hij "nieuw" zien en die toepassen op het komen van de Heer in het eeuwige nu. Daarom gebruikte hij voor het woord komst het Griekse parousia (=aanwezigheid, het gekomen zijn (1Thes.4:15).

Want hij ervoer de aanwezigheid van het Lam (=pascha). Hij wist, dat de volheid van de heilige Geest in hem, een "eersteling", gekomen was (=pinksteren, zie Gal.1:16). En hij verwachtte, dat ieder Hem tegemoet zou gaan in de "lucht" om voor altijd bij Hem te zijn en om samen met Hem het loofhuttenfeest te vieren in geest en waarheid. Hij "zag" het allemaal "nieuw".


WAT IS JUIST
IN 1 THESSALONICENSEN 4:15?

Tot de komst van de Heer? Of in de aanwezigheid van de Heer?

Paulus schrijft: "Dit zeg ik jullie als woord van de Heer: wij, levenden, die achterblijven tot de komst (parousia) van de Heer ..... " (1Thes.4:15).

Hij gebruikt het woord parousia, aanwezigheid. En vr parousia staat eis (=naartoe, tot in). Paulus zegt dus niet, dat wij, levenden, achterblijven tot de komst van de Heer later, maar dat wij, levenden, hier blijven in Zijn aanwezigheid.

Dat was trouwens Jezus' gebed voor Zijn discipelen: "Vader, Ik in hen en U in Mij. Ik wil, dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn heerlijkheid te aanschouwen, die U Mij gegeven hebt" (Joh.17:23-24).

De Heer bij ons! Wij in Zijn tegenwoordigheid! Dan wordt in ons het pascha gevierd. We kunnen dan nu pinksteren beleven en ook eindtijd-ervaringen hebben. Pascha, pinksteren en loofhutten worden door wedergeboren mensen persoonlijk beleefd, in het samen zijn met Jezus, tijdens hun leven, nu. Daar hoef je niet voor te zijn overleden (1Thes.4:14-17).

Hiervan zegt Paulus, dat het een woord is van de Heer, een tijdloos woord, ontvangen door openbaring, een geheimenis (Ef.1:17,3:3, 1Cor.15:51). Als we zo'n "woord" vatten, heeft Gods Geest de ogen van ons hart verlicht (Ef.1:18). Het Woord Gods wordt zo van toepassing op ons geestelijke leven.


DE KOMST
VAN JEZUS ALS PASCHALAM

"Als we geloven dat Jezus gestorven is en opgestaan, zal God ook de ontslapenen door Jezus tot Hem brengen" (1Thes.4:14, letterlijk).

Paulus zegt allereerst, hoe het voor iedereen pascha kan worden: "Als wij geloven, dat Jezus voor ons is gestorven en opgestaan" (1Thes.4:14a).

Als wij dat in geest en waarheid "vieren", worden wij uit "Egypte" verlost om op weg te gaan naar "het beloofde land" (vgl Ex.12 met Joh.6:37-40). Dit is het "nieuwe" begin voor alle kinderen van God, tot welke kerk, volk of ras ze ook behoren. Jezus leeft! Hij is opgestaan! Door geloof in Zijn dood en opstanding zal God n levenden n ontslapenen door Jezus thuisbrengen (1Thes.4:14b). "Want voor Mij zal alle knie zich buigen en alle tong Mij loven", spreekt de HERE (Jes.45:23, Rom.14:11).

Pascha is het "nieuwe" begin, in de eerste maand. Onze "uittocht begint met het "in huis nemen" en het "eten" van het Lam (Ex.12:7). Dat is Jezus, die zegt: "Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig (=aionisch) leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage" (Joh.6:54).

Ten jongsten dage? Dat is vandaag, nu! Nu is het de dag van verlossing (2Cor.6:2). Nu zal ieder die naar de stem van de Zoon van God hoort, leven (Joh.5:25). Hij is de "Ik ben de opstanding en het leven" (Joh.15:1).

Hij zegt: "Mijn vlees is ware spijs en Mijn bloed is ware drank. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Wie Mij eet, zal leven door Mij" (Joh.6:55-57). Dat is het ware pascha vieren. Dat is het "nieuwe" begin. Zo wordt Gods volk uitgeleid uit "Egypte".


DE KOMST VAN DE HEER
ALS LEVENDMAKENDE GEEST

Paulus vervolgt zijn beschrijving van de parousia (=aanwezigheid) van de Heer door te zeggen, dat Hij ook komt als levendmakende Geest in eerstelingen. Zij krijgen deel aan de eerste opstanding: "De Heer Zelf zal neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan" (1Thes.4:16).

Dat is toekomstmuziek voor wie pinksteren nog niet persoonlijk beleeft. Dan geldt nog: "Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij om te drinken" (Joh.7:37).

Nu zullen we elk detail van de tekst, waarin Paulus schrijft over het aanbreken van "de pinksterdag in gelovigen" kort bespreken. De volledige tekst is: "De Heer Zelf zal bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank van een bazuin Gods, neerdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan" (1Thes.4:16).

"De Here Zelf zal neerdalen....."

In het oude testament daalde de Heer Zelf neer op Sina, in de derde maand, in vuur en rook, met donderslagen en zeer sterk bazuingeschal. "De Heer daalde neer en riep Mozes naar de bergtop. En Mozes klom naar boven" (Ex.19:16,20).

In het nieuwe testament daalde de Heer Zelf neer als Geest op honderdtwintig discipelen in Jeruzalem, ook in de derde maand, ook in vuur en een geweldige windvlaag (Hand.2:1-8). De toegestroomde mensen waren buiten zichzelf van verwondering, want iedereen hoorde hemelse klanken die iedereen verstond in zijn eigen taal (Hand.2:7-12). De "120" werden gedoopt en vervuld met de heilige Geest, als eerstelingen (Hand.2:4).

Als ook in ns geestelijke leven de "derde maand" aanbreekt, is dat ook een neerdalen van de Heer Zelf. In elke generatie kiest Hij zulke eerstelingen uit. Dat kan dan ook gepaard gaan met profetien als "donderslagen", met krachtige woorden als "windvlagen", als "hemelse bazuinen", met reinigend "vuur".

Wie rein van hart is, ontvangt deze realiteiten met grote blijdschap. Ze zijn zalig, te benijden, want ze zullen God zien (Mat.5:8). Net als Mozes kunnen ze de dag van Zijn komst verdragen en blijven "staande" als Hij verschijnt (vgl. Mal.3:2). Niet later dr in de hemel, maar hier op aarde! (Mat.6:10). "Hun ogen zullen de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen" (Ps.27:4, Jes.33:17, Mat.5:8).

"....zal neerdalen...."

Als de Heer, of het hemelse Jeruzalem, neerdaalt uit de hemel, is dat niet een komen langs Mercurius, Jupiter en Mars tot op een locatie, die we op de landkaart terug kunnen vinden. Neerdalen is het tegenovergestelde van ten hemel varen. Toen Jezus ten hemel voer, ging Hij tot de Vader (Joh.14:12). Als de Heer neerdaalt, komt Hij tot de mens.

Hoe? Jezus is daar duidelijk over: als Geest. "Ik ga tot de Vader" betekent "Ik word Geest". De "Ik ben de Waarheid" komt nu als Geest der Waarheid (Joh.14:6,12,17). Hij is niet meer bij maar een paar discipelen , als mens. Nu is Hij komende als Geest in al de Zijnen (Joh.14:17-18). "Ik ga heen en Ik kom tot u" (Joh.14:28).

Ja, God daalde af tot de mens: tot Adam in het paradijs om met hem te wandelen en te spreken, tot Abram in Mamr, tot Mozes op Sina, tot het volk Isral in de woestijn, enz. En toen is het Woord vlees geworden en heeft onder ons gewoond (Joh.1:14).

En nu komt Hij als levendmakende Geest in de Zijnen: "Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen" (Joh.14:23). "De HERE zal neerdalen......"

"Zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan"

Tot eersteling geroepenen sterven het eerst in Christus en staan als eersten op (1Thes.4:16b). Ze krijgen deel aan de eerste opstanding (Op.20:6). Wanneer gebeurt dat?

Veel gelovigen denken, als we overlijden en naar de hemel gaan. Maar is dat wel juist? Want Paulus gebruik twee verschillende termen en heeft twee verschillende dingen op het oog: het ontslapen als gelovige (1Thes.4:14-15) en het sterven in Christus (1Thes.4:16).

Behalve te ontslapen aan het eind van het aardse leven, worden eerstelingen geroepen om ook te sterven in Christus tijdens hun leven. Ze worden in Christus' dood gedoopt (Rom.6:3). Ze worden onthoofd om het getuigenis van Jezus en om het woord van God (Op.20:4). Dagelijks nemen ze hun kruis op en volgen het Lam, waarheen Hij ook gaat (Luc.9:23, Op.14:4).

Daarom, omdat ze, als eerstelingen, sterven in Christus, staan ze ook als eerstelingen op (Op.14:1,4). Voor ieder van hen geldt: "Zalig en heilig is hij, die deel heeft aan de eerste opstanding: over hen heeft de tweede dood geen macht. Ze zullen priesters van God en van Christus zijn en zullen met Hem als koningen heersen" (Op.20:6). Waar?

Hier op aarde! (Op.5:10). God heef koninklijk-priesterlijke zonen op aarde nodig, niet in de hemel. Het zijn er 144.000: 12x12x10x10x10. Twaalf: verkiezing tot koninklijk priesterschap. Tien als aantal: kwantitatief vol. 10x10x10: er zal er niet n ontbreken. De ganse schepping ziet verlangend uit naar de openbaring van deze eerstelingen (Rom.8:19).

"Op een teken ....". "In een oogwenk ...."

Op een teken kunnen we niet bespreken: het komt niet voor in de Griekse grondtekst. Hetzelfde geldt voor in een oogwenk in vers 17. Deze woorden laten we daarom buiten beschouwing en hebben we uit de teksten weggelaten.

"De Here Zelf zal bij het roepen van een aartsengel neerdalen van de hemel" (NBG-vert), "zal met een geroep nederdalen van de hemel" (St.vert.)

Bij het roepen, met een geroep? Paulus gebruikt het Griekse en (=in). Zijn komst is in de roep. In het overduidelijk hoorbare Woord. Hij komt in de heerlijkheid en kracht van het uit de hemel neerdalende levende Woord van God.

Roep is in het Grieks keleuma en betekent aanmoedigingsschreeuw (van een aanvoerder). De Leider komt van de hemel als levendmakende Geest en spoort de Zijnen aan, om de prijs te behalen en die niet te missen (1Cor.9:24-27, Col.2:16-23). Zo heeft Hij de Zijnen ook in de laatste decennia herhaaldelijk aangespoord met glasheldere profetien.

In de schrift vinden we tal van zulke duidelijke aansporingen (Op.2:7,10-11,28, 3:5,12,21). Allemaal aanmoedigende, heldere woorden van de Heer tot de legerscharen, die in de hemel zijn (Op.19:14-16, 14:1-5). In dat Woord daalt de Heer neer in wie een oor heeft om te horen, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Gods Woord kan ook tot ons komen als het suizen van een zachte koelte (Gen.3:8, 1Kon.19:12). We kunnen het achter ons horen (Jes.30:21). Of het wordt ons ingefluisterd (Mat.10:27). Maar hier spoort de Leidsman de Zijnen aan met een luide stem. "Hemelingen (Hebreeuws: zonen Gods) horen Zijn stem in kracht en majesteit" (Ps.29:1,4). Eerstelingen "horen" Zijn "stem" zo en "zien" Hem neerdalen van de hemel in hun eigen leven.

Wat een Leider! Eerst daalde Hij af van de hemel om mens en Lam van God te worden. Vanaf de pinksterdag in Handelingen 2 daalt Hij neer als levendmakende Geest, de Zijnen aansporend om op te klimmen op "Sion" (Op.14:1-5). Ze worden de legermachten in de hemel, die Hem volgen op witte paarden, gehuld in wit, smetteloos fijn linnen (Op.19:14). Ze hebben de roep gehoord!

"De Here Zelf zal bij (=in) het roepen van (een) aartsengel neerdalen van de hemel"

"Van aartsengel" (letterlijk vertaald, zonder lidwoord in het Grieks, dus: "in een aartsengelenroep".

Wat is een engel? Het zijn geen slanke, vrouwelijke wezens met vleugeltjes, of bolle kleuters met trompetjes. Het accent mag niet liggen op hun uiterlijke verschijningsvorm, zoals ongeestelijke kunstenaars zich die hebben voorgesteld. Daarom de vraag: wat is het meest karakteristieke van een engel?

Het Griekse woord angelos, vertaald als engel, betekent gewoon boodschapper. Overal, waar het woord engel in onze bijbels voorkomt, zouden we boodschapper moeten lezen. Iedereen die is gezonden met een boodschap van God, is een engel. Zo werd Paulus door de Galaten ontvangen, als een engel van God (Gal.4:14). Ook Johannes de Doper wordt als een engel aangeduid: "Ik zend Mijn bode (angelos) voor u uit" (Luc.7:27).

Als we dit begrijpen, is het ook niet moeilijk te verstaan, wie de engelen van de gemeenten zijn in Openbaring 2 en 3. Zeven keer lezen we: "Schrijf aan de engel van de gemeente te.....". Het zijn boodschappers van God, "hemelsen" die door Hem worden gezonden.

De bijbel gebruikt vaak het woord mannen, als het over engelen gaat. Toen Abraham zijn ogen opsloeg, stonden er drie mannen bij hem (Gen.18:2). Sara maakte voor hen een maaltijd klaar (Gen.18:8). Tijdens het eten gaven ze een boodschap van God aan Abraham door. Daarna vertrokken ze weer, die mannen (Gen.18:16). Twee van deze engelen kwamen in de avond in Sodom aan (Gen.19:1,15). Daar aten ze in het huis van Lot en ook daar worden ze herhaaldelijk mannen genoemd (Gen.19:3,10,12,16).

Jakob worstelde met een man en zag toen God van aangezicht tot aangezicht (Gen.32:24, 30). De moeder van Simson zag een man van God, die er uitzag als een engel (Richt.13:6,8,10-11). Ook zij had God gezien (v.23). Toen Danil in gebed was, kwam de man Gabril tot hem (Dan.9:21).

En ook in het nieuwe testament worden Gods boodschappers (angelos) aangeduid als man, jongeling (Marc.16:5, Luc.24:4, Hand.1:10). Of als mededienstknecht van hen, die het getuigenis van Jezus hebben (Op.19:10). Het waren allemaal engelen, boodschappers, mannelijke wezens, Woordbrengers.

Nu het begrip aarts. Het is in het Grieks archo: eerste (in rang of macht). Eerste! Het is duidelijk, dat er En de Allereerste is: het Woord van God (Ef.1:21).

Hij kwam tot Jozua als de vorst van het leger van de Heer, de Allerhoogste (Joz.5:14-15). Hij verscheen als engel des Heren en sprak als God tot Hagar (Gen.16:10-13, vgl. Richt.13:21-23). De engel des Heren, de vorst van het leger van de Heer, de Heer Jezus Christus, die in alles de eerste is geworden (Col.1:18): het zijn allemaal verschijningsvormen van de allerhoogste boodschapper van God, Zijn Woord.

De Here Zelf zal als aartsengelenwoord (ht Woord) neerdalen tot de mens. Hij komt tot en in de Zijnen, die Zijn roep die klinkt als een bazuin, horen. Hij maakt levend naar het woord, dat Hij spreekt (Ps.119:107, Luc.7:7b). Het maakt krachtig scheiding, want dit levende Woord is scherper dan enig tweesnijdend zwaard (Hebr.4:12, Op.1:16, 19:15). Het geneest (Ps.107:20). Het doet de Zijnen leven en opstaan (Joh.11:25). Eerstelingen worden als eersten vernieuwd, hersteld, levend gemaakt door het levende Woord (1Thes.4:16).

".... bij het geklank van een bazuin Gods" (NBG-vert.) "....met de bazuin Gods" (St.vert.).

Ook hier moeten we lezen in de klank van de bazuin van God. Hij komt als Hij klinkt!

De betekenis van bazuin wordt door tal van bijbelgedeelten duidelijk gemaakt. Jesaja zei: "Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin en maak Mijn volk zijn overtreding bekend" (Jes.58:1). De stem die Gods boodschap overbrengt, is als een bazuin.

Hetzelfde lezen we in het laatste bijbelboek. "Ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin" (Op.1:10). Het was de stem van de verrezen Heer. En daarna "zag ik, dat er een deur werd geopend in de hemel. En de eerste stem die ik gehoord had als een bazuin zei: Klim hierheen op en ik zal je tonen, wat er hierna gebeuren moet" (Op.4:1).

De bazuin Gods roept op om hogerop te komen, om Zijn gedachten en wegen te leren zien. "Want", zegt de Heer, "Mijn gedachten zijn niet jullie gedachten en jullie wegen zijn niet Mijn wegen" (Jes.55:8-9). We kunnen nu eenmaal de geestelijke realiteiten van Gods koninkrijk niet zien, als we blijven in de lage regionen van onze menselijke natuur met zijn beperkte verstand, ook al zijn wij Gods volk.

Normaal horen wij een geluid. Johannes wilde die stem als een bazuin ook zien. "Ik keerde mij om, ten einde de stem te zien die met mij sprak. En toen zag ik zeven gouden kandelaren. En te midden van de kandelaren iemand als een mensenzoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad" (Op.1:12-13). Johannes zag de stem. Hij zag het Woord.

Ook de laatste jaren is de stem als van een bazuin duidelijk te horen geweest. Hij probeerde ons bewustzijn te doordringen met hogere gedachten, die tot op heden voor velen onbekend waren. "Nieuwe dingen kondig Ik u aan; voordat ze uitspruiten, doe Ik ze u horen" (Jes.42:9). Het gaat om nieuwe dingen, verborgenheden, die we nog niet weten: Zijn hoge gedachten en wegen.

De bazuin Gods schalt het uit: Hef uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt (Luc.21:28). Bedenk de dingen die boven zijn (Col.3:2). Zie op de hoge roeping Gods in Christus Jezus (Fil.3:14). Klim op tot Mij (Ex.24:12). "Klim op een hoge berg, vreugdebode Sion en zeg: De HEER zal komen met kracht. En Hij zal als een herder Zijn kudde weiden" (Jes.40:9-11).


DE KOMST
VAN DE HEER
IN ZIJN VOLK

Tot hier toe heeft Paulus het over pascha en pinksteren gehad. Vervolgens beschrijft hij de volle oogst van loofhutten. Niet alleen de eerstelingen, maar het hele volk staat op om tot Hem uit te gaan. Want "het zal geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de Heer op de heilige berg te Jeruzalem" (Jes.27:13). Op Gods heilige berg komen niet alleen de eerstelingen te staan, maar daar zal het hele volk zich voor Hem neerbuigen, ook wie was bljven steken in "Babel" en in "Egypte".

"Daarna zullen wij, levenden die achterbleven, samen met hen (=met de eerstelingen) op de wolken weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht, en zo zullen we altijd bij de Heer zijn" (1Thes.4:17).

"Daarna............."

In het oude testament volgen de feesten van de Heer elkaar op, de n na de ander, eerst in de eerste, dan in de derde, daarna in de zevende maand.

Het leven van het Koninkrijk der hemelen is echter tijdloos, verleden, heden en toekomst tegelijk. God, die is en was en zal zijn, gaf ons geen geschiedenisboek, de bijbel, maar een heilsfeitenboek. De dag van het heil is altijd nu (2Cor.6:2).

Daarna duidt dus niet op een latere tijd, waar we op moeten wachten, maar op een hoger geestelijk stadium in het koninkrijk van God. Wat een genade, als de oren van ons hart nu reeds Zijn stem gaan horen. Dan vertelt de Geest der waarheid ons alles wat Hij "hoort". Dat is: Hij kondigt ons dan een komend, hoger stadium met de Heer aan, een verdere vernieuwing, een subtielere verandering (Joh.16:13, 1Cor.15:51). Zo "groeien we in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus" (Ef.4:15). We veranderen naar Zijn verheerlijkt lichaam toe van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is (2Cor.3:18).

Wat een veranderingen staan ons nog te wachten! Het is nog lang niet geopenbaard, wat we zijn zullen (1Joh.3:2a). Maar als dat openbaar wordt, zullen we Hem gelijk zijn, want we zullen Hem "zien", gelijk Hij is (1Joh.3:2b). Want de Heer Jezus Christus zal ook ons vernederde lichaam veranderen, zodat het aan Zijn verheerlijkte lichaam gelijkvormig wordt (Fil.3:21). En dat geldt niet voor enkelen: allemaal zullen we veranderd worden (1Cor.15:51).

Dan is Gods volk volkomen verlost! Het doel van alle veranderingen in haar is bereikt en de laatste bazuin wordt gehoord, die uitbazuint, dat de dood is verzwolgen in overwinning! (1Cor.15:54b). Dan worden alle doden onvergankelijk opgewekt (1Cor.15:52).

Nogmaals: met de verlossing van ons lichaam bedoelt Paulus niet het sterven in de zin van overlijden. Het is veranderd en verheerlijkt worden. Alle kinderen Gods zullen dit "zien", maar ieder op zijn beurt (1Cor.15:23). Als eerste stond de Heer Jezus op (tijdens Zijn leven als mens op aarde) en werd verheerlijkt. Ook de eerstelingen, die in Christus zijn gestorven staan op (vanuit de doden om hen heen) en worden openbaar als zonen Gods (1Thes.4:16b, Rom.8:18-30). En dan dit geheimenis: wij zullen allemaal veranderd worden (1Cor.15:51)! Niet alleen wij levende gelovigen, maar ook allen, die reeds ontslapen zijn (1Thes.4:17, 14b), Wat een feest zal dat zijn! Loofhutten!

"Wij, levenden, zullen weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht...."

De meesten van ons denken bij deze woorden aan de opname, een woord, dat in de bijbel niet voorkomt, maar wel in talloze preken en boeken (zelfs in romanvorm). En bijna iedere gelovige stelt zich de opname als volgt voor: we zullen de Heer tegemoet gaan, in een fractie van een seconde, hemelwaarts, steeds hoger de blauwe lucht in en alle ongelovigen in stomme verbazing achterlatend. In een oogwenk zijn er eensklaps miljoenen mensen van de aarde verdwenen. Door die opname worden de gelovigen bewaard voor de grote verdrukking, die over de wereld zal komen. Allemaal later ..... Dat is de leer van de opname.

Maar ook het weggevoerd worden, de Heer tegemoet, is bijbels gezien iets wat in het heden beleefd kan worden. Paulus zegt, dat God ons mede heeft opgewekt en ons een plaats gegeven heeft in de hemelse gewesten, in Christus Jezus (Ef.2:4-6). Het gaat hier ook over de geestelijke ervaring van het weggevoerd worden tot Hem (zie ook 2Cor.12:5).

Wij kunnen de Heer nu reeds zien komen en tot Hem uitgaan, Hem tegemoet (vgl. Mat.25:1,6-7). Wij mogen Zijn parousia n onze toevergadering tot Hem nu reeds ervaren. "Laat niemand u misleiden betreffende de komst (parousia) van de Heer en onze vereniging met Hem" (2Thes.2:1-3). Hij is met ons alle dagen: dat is Zijn parousia tot aan de voleinding der wereld (Mat.28:20). En wij moeten ernst maken met onze vereniging met Hem, met onze "toevergadering tot Hem", met het "Hem tegemoet gaan", des te meer we de dag van de Heer zien naderen (Hebr.10:25). Die dag is nu! (2Cor.6:2).

Helaas horen velen Zijn roep niet en zien weinig of niets van Zijn aanwezigheid. Daarom: blaas de bazuin op Sion, om de dag van de Heer aan te kondigen (Jol 2:1). Laten we, als wij de bazuin "horen", de juiste richting kiezen: de dingen bedenken die boven zijn en opklimmen, de Heer tegemoet.

"Wij zullen weggevoerd worden...."

Voor weggevoerd gebruikt het Grieks harpazo. Het betekent iets met kracht nemen (het woord harpoen komt van harpazo). Het is ook vertaald als grijpen, roven, wegvoeren.

De hoofdgedachte van harpazo is, dat er Iemand is, die ons tot Zich neemt, ons grijpt (Fil.3:12). We staan niet uit onszelf op, want, zegt Jezus, "niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekke, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage" (Joh.6:44). Hij zegt ook: "Als Ik verhoogd ben, zal ik allen tot Mij trekken" (Joh.12:32). Ja, wij zullen weggevoerd worden om bij de Heer te zijn. Dat dit later zal gebeuren staat als een paal boven water. Maar voor wie oren heeft om Zijn stem te horen, is het daar nu de dag voor.

"De Heer tegemoet in de lucht........"

Waar ontmoeten we de Heer? Hij geeft het antwoord Zelf: "Ik ga tot de Vader" (Joh.14:12). "En wanneer Ik u plaats bereid heb, kom Ik weer en zal Ik u tot Mij nemen, opdat ook jullie zijn mogen, waar Ik ben" (Joh.14:3).

De Heer Jezus ging tot de Vader, die Geest is (Joh.4:24, 14:28). Hij had tot Zijn discipelen gezegd: "Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen" (Joh.14:23). Waar en hoe gaan we dan de Heer tegemoet? In de lucht, zegt Paulus.

Hij gebruikt daarvoor het Griekse woord aer. Het betekent niet hemel als de blauwe lucht die we zien. Het is ook niet de lucht in de zin van firmament. Aer is onzichtbaar. Het is de lucht om ons heen. We ademen het in, we voelen en horen het als het waait. Aer is het domein van de Geest. Als God werkt, komt aer in beweging als wind (bv. in Hand.2:2), als adem (pneuma= Grieks voor adem, wind, geest). We gaan de Heer tegemoet, om altijd bij Hem te zijn, in aer, in het domein van de Geest.

Het is vanzelfsprekend, dat we nu niet alleen op Hem moeten zien zoals Hij was, maar vooral op wie Hij is: "Wij zien op Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond" (Heb.2:9). Zo "groeien wij in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus" (Ef.4:15). Zo "veranderen wij van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is" (2Cor.3:18). Zo schrijft de Geest het levende Woord van God "op tafelen van vlees in onze harten" (2Cor.3:3). Zo veranderen we van binnenuit. Zo doen we de nieuwe mens aan (Ef.4:24). Zo worden we, net als Hij, "van boven".

"....op de wolken...."

Paulus zegt ook, dat wij, levenden, op de wolken weggevoerd zullen worden. Op tal van andere plaatsen wordt ook gezegd, dat Jezus komt met de wolken of op de wolken (Dan.7:13, Mat.24:30, Hand.1:11, Op.1:7). Wat betekent dat?

Wolken worden gevormd, doordat water wordt verdampt door zonnewarmte en wind. Zo ontstaat er een wolk van zuiver waterdamp.

Dit is nou precies, wat de Zon der gerechtigheid doet met Zijn kinderen. Door de werking van Zijn "warmte" (Zijn liefde) en Zijn "wind" (Zijn Geest) wekt Hij ons op en geeft ons een plaats in de hemelse gewesten, in Christus Jezus (Ef.2:6). Van nature zijn we onvruchtbaar, als het water van de Dode Zee. Of we zijn modderig en vervuild. In Christus Jezus worden we opgetrokken en vormen dan samen als "nieuwe" mensen een wolk van zuiver water.

Komen met de wolken is hetzelfde als komen met de heiligen. Jezus komt niet met, in, of op een atmosferische wolk, maar in een hemels volk. Spreekt de bijbel niet van een grote wolk van getuigen om ons heen (Heb.12:1)? Komt de Heer niet met Zijn heilige tienduizenden, met Zijn vele duizenden heiligen (Judas 1:14, St.Vert.)? Zij zullen regen geven op aarde. En overal waar dt water neerkomt, komt er leven en groei in plaats van droogte, dorheid en dood. Zelfs de woestijn zal daardoor bloeien als een roos. Hij komt met de wolken.....

"....zo zullen we altijd bij de Heer zijn...."

Tenslotte zegt Paulus: "En zo zullen wij altijd met de Here wezen" (1Thes. 4:17). Waar is dat?

Jezus zegt: "In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen. Ik zal jullie plaats bereiden. Dan kom Ik weer en zal Ik jullie tot Mij nemen, opdat ook jullie zijn mogen, waar Ik ben" (Joh.14:2-3).

Het Griekse woord voor woning, mone, wordt maar twee keer gebruikt in het nieuwe testament, door de Heer Jezus Zelf (in Johannes 14).

Het werkwoord, meno (=blijven, wonen), komt veel vaker voor. En voorbeeld: "Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kan je niets doen" (Joh.15:5).

Waar is het huis van de Vader? Het is een geestelijk huis (1Pet.2:5). Het is een groots, samengesteld, geestelijk geheel met veel verblijfplaatsen. Daar verkiest Hij te wonen. Dat is in u, in mij, in mensen (Op.21:3-7). Het wordt altijd omgedraaid: het gaat niet om ons huis, waar wij zullen wonen, maar om het huis van de Vader, waar Hij kan wonen. "Indien iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen" (Joh.14:23).

Zo worden wij een woonstede Gods. "Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die u van God ontvangen hebt, en dat u niet van uzelf bent?" (1Cor.6:19). Wij zijn het huis van de Vader. En dat zullen al Gods kinderen gaan ervaren!


NATUURLIJK OF GEESTELIJK

We hebben nagedacht over 1 Thessalonicenzen 4:14-17, over de betekenis ervan in overeenstemming met de denkwijze die in Christus Jezus is (phroneo=denkwijze, gezindheid, Fil.2:5).

We hebben de bijbel consequent letterlijk genomen en, net zoals Jezus en Paulus dat deden, die toegepast op geestelijke realiteiten en niet op aardse schaduwbeelden en gebeurtenissen.

Net als Jezus? Ja, want toen de Heer bijvoorbeeld zei: "Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen" (Joh.2:19), dacht Hij niet aan een tempel van steen, maar aan de ware tempel van God: Zijn eigen lichaam (Joh.2:21, vgl.1Cor.3:16).

Paulus' denkwijze is ook zo. Hij zegt: "Als je met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is" (Col.3:1). Doen we dat, dan zijn we nog wel in de wereld, maar niet meer van de wereld. We zijn dan van boven.

Als wij zo denken, stijgen we op met vleugels als arenden (Jes.40:31). En wat Hij tot ons spreekt, zullen we steeds herkennen en bevestigd zien in het geschreven woord van God, de bijbel. Zo maakt Hij ons hoe langer hoe losser van leerstukken, opvattingen, natuurlijke interpretaties en menselijke instellingen. Zo worden we hoe langer hoe meer gehecht aan de Heer en n geest met Hem (1Cor.6:17).


HET EINDDOEL

Wat een hoop voor Gods volk: Zijn komst van pascha tot en met loofhutten! Maar Gods plan reikt ng verder. Hij maakt ook Zijn volk tot een eerstelingenvolk. Bij haar licht zullen namelijk op hun beurt de volken wandelen (Micha 4:2, Op.21:24). Ook voor hen staan de poorten altijd wagenwijd open (Op.21:25). "Alle volken zullen van jaar tot jaar optrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de Heer der heerscharen om het loofhuttenfeest te vieren" (Ps.67:2-8, Zach.14:16, Op.15:4, 21:24-25).

Hoe ongelooflijk het ook klinkt: Gods doel reikt ng verder. De ganse schepping (kosmos) wacht op het openbaar worden van de zonen Gods, om ook bevrijd te worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods" (Rom.8:19-21). Als dat gebeurt, is "het einddoel gekomen, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt en Hij alle heerschappij en alle macht en kracht onttroond zal hebben" (1Cor.15:23-25). Dan zijn alle dingen nieuwgemaakt (vgl.Op.21:5). Dan is Gods plan voleindigd en is Hij alles in allen (1Cor.15:28).

Vervuld is dan: "Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet meer gedacht worden" (Jes.65:17). En deze "nieuwe hemel en nieuwe aarde, die Ik maken zal, zullen voor Mijn aangezicht blijven bestaan, luidt het woord van de Heer" (Jes.66:22). Dan zijn "uit Hem en door Hem en tot Hem alle dingen" (Rom.11:33-36).


TENSLOTTE

Door in 1 Thessalonicensen 4 het woord parousia (=aanwezigheid) te gebruiken, benadrukt Paulus, dat we moeten leven met Jezus zoals Hij is.

We weten, dat "Hij is, en was, en komen zal" (Op.1:4, 8 en 11:17). Wat een tegenstelling met het beest uit de afgrond, dat het grote Babylon draagt. Alle aardsgerichte mensen, hoe religieus ze ook mogen zijn, "zullen zich verbazen, als ze gaan zien, dat het beest was, en niet is en er toch zal zijn" (Op.17:8). Het zal blijken niet te zijn, ledig, zonder leven, dood.

Het Lam en zij die met Hem zijn op Sion hebben dit beest overwonnen (Op.17:14). Zij zijn "uit Egypte geroepen" (=pascha), hebben "Sion" beklommen (=pinksteren) om "het gebergte van Esau (=alle "vlees)" te richten (=recht te zetten, Ob.1:21a). Dan is alleen de HERE koning" (Ob.1:21b). Dan gaan allen, Gods volk n de volkeren, Hem tegemoet "in de lucht" om altijd bij Hem te zijn. Dat is de volheid van loofhutten! Wat is God groot! Halleluja!

Home page