Home page



Het
Woord
en de schrift



"Zij namen het Woord met alle bereidwilligheid aan
en gingen dagelijks de schriften na, of deze dingen zo waren"
(Hand.17:11).


INLEIDING

De term het Woord van God wordt vaak gebruikt als men het heeft over de bijbel. In zekere zin is dat ook waar, maar het Woord van God is mťťr dan teksten op papier.

Het Woord van God is wat Hij heeft gesproken en nog steeds spreekt in profetieŽn, visioenen, openbaringen, of door Zijn dienstknechten (Hand.4:31, 13:5, 13:46, zie ook Fil.1:14).

Er is een vers, waarin het Woord en de schrift samen voorkomen: "Zij namen het Woord met alle bereidwilligheid aan en gingen dagelijks de schriften na, of deze dingen zo waren" (Hand.17:11).

In het oude testament vinden we de wet (tora), de profeten(neviim) en de schriften(ktuvim). En als de schrijvers van het nieuwe testament spreken over het oude testament, gebruiken ze het Griekse woord graphai (=geschriften), nooit de term Woord van God.

Psalm 119 vers 105 geeft de indruk, dat het Woord van God de bijbel zou kunnen zijn: "Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad". Maar in bijna alle 176 verzen wordt Uw Woord ook aangeduid met Uw wet, Uw geboden, Uw getuigenissen, Uw wegen, Uw verordeningen, Uw inzettingen, Uw bevelen, enz. Het Woord van God is wat we van Hem "horen" in ons binnenste.

Dat kan op velerlei manieren, want het Woord van God is niet gebonden aan een bepaalde wijze (2Tim.2:9). Het kan rechtstreeks, of indirect door een broeder of zuster, via een bijbelgedeelte, enz (Mat.13:9,16, Op.2:7 e.d.). "Als je rechts of links zou willen gaan, dan zullen je oren achter je dit horen: Dit is de weg, wandel daarop" (Jes.30:21). Ja, "Uw Woord is een lamp voor mijn voet", stap voor stap.


HET WARE WOORD VAN GOD

Het hoogste Woord van de Vader is Zijn Zoon, het Woord dat in de beginne bij Hem was en dat God Zelf was (Joh.1:1). Het Woord werd mens, Jezus, Redder van de wereld (Joh.3:16). Hij heeft onder ons gewoond. Zijn naam is nog steeds het Woord Gods (Joh.1:14, Op.19:13).

Het Woord kan tot of door iemand komen. "Het woord van de Heer kwam tot Mozes", "het woord van God kwam tot Johannes in de woestijn", "het kwam tot IsraŽl door de dienst van Maleachi", e.d.

Het is niet alleen onbijbels, maar ook onlogisch, dat God een boek nodig zou hebben om met de mens te communiceren. Maar een klein percentage van de wereldbevolking heeft een bijbel. Nog geen eeuw geleden was het grootste deel van de mensheid analfabeet. Nůg verder terug, vůůr de uitvinding van de boekdrukkunst en vůůr de hervorming, was het bezit van een eigen bijbel ondenkbaar: ze waren handgeschreven, in het Latijn, en konden maar door hťťl weinig mensen worden gelezen.

Dat een bijbel niet perse nodig is, las ik laatst in het interessant boekje. Het gaat over "Mimosa", een Indiaas meisje. Bij toeval had ze op tienjarige leeftijd hťťl kort en maar ťťn keer iets van het evangelie gehoord. Het liet haar niet meer los. Zonder onderricht, zonder bijbel of contact met andere christenen groeide haar geloof gestaag. Ondanks veel tegenstand en moeilijkheden ervoer ze steeds de kracht van het gebed en de zorg van die God, waarvan ze had gehoord, dat Hij louter liefde is. Ze sprak gewoon met Hem over van alles en nog wat. En als ze innerlijke vrede ervoer, wist ze, dat die God sprak in haar binnenste en haar leidde. Hij sprak over levensheiliging, bemoedigde en hielp haar. Omdat ze alle consequenties aanvaardde van wat ze ervoer, werd ze door haar Hindoestaanse omgeving niet geaccepteerd. Ze had gťťn bijbel, maar hoorde wťl het Woord van God. Ze deed mij denken aan mensen als Henoch, Noach en Abraham, die ook geen bijbel hadden, maar wel God hoorden "spreken". Toen Mimosa jaren later terugkwam op de zendingspost, waar ze van de God die liefde is, had gehoord, konden de zendelingen haar verhaal nauwelijks geloven.

De Geest van God communiceert het Woord van God. Hij openbaart het aan wie oren heeft om te horen. Wie "hoort" (gehoor geeft, gehoorzaamt) ontvangt het als "een stroom van levend en vredig water", die een innerlijke fontein van eeuwig leven wordt (Joh.1:4, 4:14).


ENKELE TEKSTEN

MET "WOORD VAN GOD"

"Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat" (Mat.4:4).

Jezus zei: "Ik ben van God uitgegaan" (Joh.8:42). "Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Wie van dit brood eet, zal leven" (Joh.6:35,49-51, 8:42, 1Joh.5:12).

Toen Jezus Zijn leerlingen leerde om te bidden voor "ons dagelijks brood", bedoelde Hij Zichzelf (Mat.6:11)."Geef ons heden ons dagelijks brood".

In het Grieks staat epiousios brood. Het is vertaald als dagelijks, maar het betekent iets heel anders. Epi is op en ousios is een vorm van het werkwoord komen. Dus: "Geef ons heden het op ons komende brood". "Geef ons steeds het brood, dat uit de hemel neerdaalt" (vgl.Joh.6:32-35). "Vader, geef ons het levende Woord van boven. Leer ons om Jezus te "eten" als het "verborgen manna" (Op.2:17).

Van "eten" ga je geestelijk groeien. Eerst drinken we als pasbekeerden aan de "moederborst". Daarna horen wij de "speen" te krijgen, om dat drinken af te leren (spenen noemt men dat, 1Sam.1:22-24, Ps.131:2). Dan kunnen we de "kinderstoel" in, met kleutervoeding als pap. Dan de stevigere kost, in gezin, kerk en school. En dan?

Dan is het zaak, om zelf te "werken om de ware spijs die de Zoon des mensen geeft" (Joh.6:27). Dat is ons "epiousios brood": Jezus (Joh.6:34). Wie Hem leert "eten", krijgt nooit meer "honger" (Joh.6:35). Dan zijn we bij Hem in de grazige weiden langs de levensstroom en "hebben leven in overvloed" (Ps.23:1-2, Joh.10:4,10).


"Het Woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard" (Hebr.4:12).

We lezen in Openbaring, dat dit tweesnijdend scherpe zwaard uit de mond van Jezus komt (Op.1:16). Als Hij, het levende Woord, spreekt, is dat met kracht. Hij leeft en heeft alle macht (Mat.28:18). Zijn Woord "dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten van ons hart" (Heb.4:12).

Zijn "zwaard" komt dus scheiding maken in Gods kinderen: tussen onrein en rein, onheilig en heilig, "oud" en "nieuw", waarheid en onechtheid, ziel en geest, vleselijke begeerten en het verlangen om de wil van de Vader te doen, kortom tussen alles wat er in ons "hart" kan zijn (zie Jer.17:9, Mat.15:19). En als Hij dan iets aanwijst en in ons schift, dan zullen wij er iets mee moeten doen: het ťťn wegdoen en het ander bewaren en koesteren (vgl.Mat.13:44-52).

Wat iemand spreekt onder de zalving van de Heilige Geest, is ook levend en krachtig voor wie "oren heeft om te horen wat de Geest tot de gemeenten zegt". Maar het opnoemen van bepaalde bijbelverzen, het paraat hebben van bepaalde bijbelse stokpaardjes, het trachten te overtuigen met behulp van een reeks schriftgedeelten kan nůůit het Woord Gods spreken vervangen. Zulke woorden hebben weinig te maken met het levende en krachtige woord, dat scherper is dan enig tweesnijdend zwaard.


"Mijn Woord zal niet ledig tot Mij terugkeren, maar het zal doen, wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend" (Jes.55:11).

Dit vers werd op wonderlijke wijze vervuld in Jezus. Hij was het Woord, eerst "in de gestalte Gods, aan God gelijk" (Fil.2:6). Toen werd Hij gezonden om Gods wil uit te voeren. Hij "nam de gestalte van een dienstknecht aan en werd aan de mensen gelijk, maar met Gods wil in Zijn binnenste (Ps.40:9).(Fil.2:7). "In een lichaam aan dat van de zonde gelijk" "wandelde Hij in de Geest", jaar in, jaar uit (Rom.8:3).

Na 30 jaar van gehoorzame toebereiding zei er een stem uit de hemel: "Dit is Mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik Mijn welbehagen heb" (Mat.3:17). Hij had voortdurend de dingen van de Vader gezocht en was door de jaren heen "toegenomen in wijsheid en grootte en genade bij God en mensen" (Luc.2:52). Hij had steeds "het kwade weten te verwerpen en het goede weten te verkiezen" (Jes.7:15). Consequent had Hij "Zijn ziel uitgegoten in de dood" (Jes.53:12). Zonder ťťn keer te struikelen, overwon Hij elke verzoeking en veroordeelde Hij elke zonde in Zijn vlees (Rom.8:3).

En zelfs in de grote verzoekingen in de woestijn, nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, bleef Hij overeind. Hij gaf nooit toe. Ook niet aan het kruis, toen men Hem spottend toeriep: "Als je de tempel kan afbreken en in drie dagen kan opbouwen, red dan nu jezelf, als je Gods Zoon bent. Kom dan af van het kruis. Dan zullen we in je geloven " (Mat.27:40-42). Nee. Hij goot Zijn ziel geheel uit in de dood en gaf Zijn lichaam om te worden verbrijzeld (Jes.53:10-12).

Toen dat volbracht was, zei Hij: "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest" (Luc.23:46). Hij stierf en werd opgewekt met volle handen. Het Woord Gods was niet ledig teruggekeerd. Het had gedaan, waartoe het was gezonden. "Het is volbracht" waren Zijn laatste woorden als Zoon des mensen (Joh.19:30).

Als nu een man of een vrouw het Woord van God spreekt, mogen we er zeker van zijn, dat ook dat Woord niet tevergeefs is gesproken. Het zal ůůk doen wat God behaagt en volbrengen, waartoe het is gezonden. Als God spreekt, gebeurt er iets.


"Wedergeboren uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende Woord van God" (1Petr.1:23)

GabriŽl zei tot Maria: "De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom zal het heilige, dat in u verwekt wordt, Zoon van God genoemd worden" (Luc.1:35). "Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen" (Luc.1:37).

Hetzelfde gebeurt in hen, die zich oprecht tot God keren. Ook zij worden door de kracht van de Allerhoogste overschaduwd en "opnieuw verwekt uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende Woord van God" (1Petr.1:23).

Onze bijbelvertalingen gebruiken bijna overal geboren worden, ook als verwekt worden een betere vertaling zou zijn geweest. Het is dan ook nodig naar de Griekse woorden te kijken. Wat deed Gods Woord in Maria? Wat doet Gods Woord in ons?

In de tekst, waar de engel tot Maria zegt: "U zult zwanger worden" (Luc.1:31) staat het Griekse werkwoord sullambano (=ontvangen). Het is afgeleid van lambano (=aannemen, aanvaarden). Maria hoorde het Woord van God via GabriŽl en zei "Mij geschiede naar uw woord". Zij nam het Woord van God aan. Dat was haar onbevlekte ontvangenis. Zo moeten ook wij, die het Woord van God "horen", bereid zijn het "aan te nemen" (Joh.1:12), "het lief te hebben en het te bewaren" (Joh.14:23). Dat is onze ontvangenis, het begin.

Er is ook een woord, dat duidt op het uiteindelijke doel: tikto (=baren, voortbrengen, geboren worden). Het komt maar enkele keren voor in het nieuwe testament: "Waar is de Koning der Joden, die geboren is?" (Mat.2:2), "U is heden de Heiland geboren" (Luc.2:11) en "de draak stond vůůr de vrouw, die baren zou en zij baarde een zoon" (Op.12:4-5).

Het derde Griekse woord is gennao, het meest gebruikt in het nieuwe testament. Het duidt op het wordingsproces, proces van verwekking tot geboorte. Daarvan afgeleid is het woord genesis (wording). Het woord gennao kan worden vertaald door verwekken, zoals bijvoorbeeld in de verschillende geslachtsregisters (bv. in MatthťŁs 1), maar ook door geboren worden.

In onze tekst is het woord anagennao gebruikt (1Petr.1:23). Ana (=opnieuw), gennao (=wording), een "nieuw wordingsproces", door het levende en blijvende Woord van God, het onvergankelijke zaad" (1Petr.1:23).


"Het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God" (Ef.6:17)

Het zwaard des Geestes wordt hier beschreven als een onderdeel van de geestelijke wapenrusting. Het is geen natuurlijk zwaard. Het is ook geen boek.

Er zijn talloze christenen, die geloven, dat de bijbel het zwaard des Geestes is en die op grond van dit vers altijd een bijbel bij zich dragen als geestelijk wapen.

Anderen denken, dat bepaalde bijbelteksten, bijvoorbeeld aan de deurpost van hun huis of aan een muur van de woonkamer, geestelijke kracht zouden hebben om hen te beschermen tegen duistere machten.

Wie enigszins geestelijk denkt, weet, dat dit niets te maken heeft met het zwaard des Geestes. Het is eerder bijgeloof. Het zwaard des Geestes is niet de bijbel, een bijbelboek of een bijbeltekst. Het zwaard des Geestes is wat God spreekt. Het is het Woord van God.

Dat "zwaard" kan ook het levende Woord Gods zijn in onze mond, als "stromen van levend water uit ons binnenste" (Joh.7:38, 4:14). Het stroomt uit de volheid van Christus, uit de Zoon en de Zijnen. "Zijn stem was als van vele wateren. En uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard" (Op.1:15-16). Want "ieder, die recht vůůr God staat en uitspreekt wat waarde heeft, zonder vermetele taal, zijn als Zijn mond" (Jer.15:19). Ook uit hem of haar komt dan het zwaard des Geestes, het levende Woord van God.


AFGODERIJ

Het is verhelderend om de katholieke houding jegens Maria te vergelijken met de protestantse houding ten opzichte van de bijbel.

Maria vervulde een unieke rol in Gods plan. Zij was een bijzonder bevoorrechte vrouw. De engel zei tot haar: "Gegroet, begenadigde, de Heer is met je. Wees niet bevreesd, want je hebt genade gevonden bij God. Je zult een zoon baren en Hem de naam Jezus geven" (Luc.1:28-31).

Door haar kwam de Heer Jezus in de wereld. In zekere zin had het Woord niet vlees kunnen worden zonder haar. Maar om haar nŠŠst Jezus te plaatsen, voor hŠŠr beeld neer te knielen en hŠŠr te aanbidden is afgoderij. Alleen voor Jezus "zal alle knie zich buigen en alle tong God loven" (Rom.14:11). Geen mens, ook niemand van Gods dienstknechten of dienstmaagden, mag aanbeden worden (Op.19:10).

Maria was dus een unieke vrouw. Zo is ook de bijbel een uniek boek. Maar als protestanten de naam van Jezus (=het Woord van God) toekennen aan de schrift, is dat ook afgoderij. Als wij weten, dat Jezus het Woord van God is en wij plaatsen de schrift naast Hem, of zelfs op de eerste plaats om er leven in te vinden, dan zijn ook wij, net als de schriftgeleerden in Jezus'dagen, een "overspelig geslacht" (Joh.5:39-40). Wie leven zoekt, moet tot Jezus komen. "Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven" (Mat.11:28). "Leer van Mij" (Mat.11:29). "Als iemand dorst heeft, laat hij dan bij Mij komen drinken" (Joh.7:37). Jezus is het "levende en blijvende Woord van God" (1Petr.1:23). "In Hem is leven en dat leven is het licht voor de mensen" (Joh.1:4).

De bijbel heeft dezelfde functie als Johannes de Doper. Deze wees op Jezus en bereidde Zijn komst voor. Hij "kwam om van het licht te getuigen. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht", "opdat allen door hem geloven zouden" (Joh.1:7-8). Dat is ook het doel van de schriften. "Die getuigen van Mij", zegt Jezus.

De schrift zegt ook nu, dat we in Hem moeten geloven en tot Hem moeten komen om leven te hebben (Joh.10:10). Dat leven komt nooit door veel in de bijbel te lezen of door theologie te gaan studeren. Wie het daarvan verwacht, gelooft misschien wel, maar hij ontvangt geen leven in overvloed. "Want zo zegt de HERE tot het huis IsraŽls: Zoek Mij en leef" (Amos 5:4).


DE SCHRIFT

Nu wij hebben nagedacht over de plaats en de functie van het Woord van God, moeten we natuurlijk ook stilstaan bij de plaats van de bijbel. Paulus is daar zeer duidelijk over: "Elk door God ingegeven schriftwoord is nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust" (2Tim.3:16-17).

De schrift: nuttig om te onderrichten

Paulus droeg TimůtheŁs niet op om onderwijs te gaan geven over de schrift. Daar waren de deskundigen, de Joodse schriftgeleerden, veel beter in. Zijn taak was anders. Het ging hem om het kennen van het Woord, de Heer Jezus (Fil.3:10-11). Zij, die aan zijn zorgen waren toevertrouwd, moesten weten, dat het Woord Zich aan en in hen wilde openbaren (Gal.1:16, Col.1:27). Hij moest de schrift gebruiken om de geestelijke realiteiten van het Koninkrijk der hemelen te bevestigen. Eerst openbaring, dan herkenning en bevestiging in de schrift.

Zo is het ook nu nog. Het gaat erom in de levens van Jezus' discipelen om "Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding" (Fil.3:10). En als wij dat ervaren, dan is het zo fijn om het met geloofsgenoten te delen. Dan kunnen we bijbelse voorbeelden gebruiken, om anderen, die "ogen hebben om te zien en oren om te horen" te bemoedigen. Het is heerlijk om samen in de schrift te zien bevestigd, wat de Heer Jezus in onze levens heeft gedaan.

De bijbel is dus geen studieboek, geen geschiedenisboek, maar een herkenningsboek. Paulus (en vooral ook de HebreeŽnbriefschrijver) gebruikt vaak citaten uit het oude testament als illustraties voor openbaringen, die hij van God had ontvangen. Wat hem was geopenbaard, vond hij bevestigd in de schrift. Hij was eerst een schriftgeleerde geweest, die alles wat erover te weten was, zonder het Koninkrijk der hemelen te "zien" (vgl. Joh.3:3). Hij was blind voor geestelijke realiteiten. Nu hij een discipel van het Koninkrijk der hemelen was geworden, achtte hij alles schade (Fil.3:7-8). Nu kon hij zeggen: "De kennis van Jezus Christus, mijn Heer, gaat alles te boven".

Voor zover wij weten, citeerde de Heer Jezus Zelf de schrift op die manier maar ťťn keer. Dat was na Zijn opstanding, toen Hij meeliep met twee van Zijn volgelingen op de weg naar EmmaŁs. Er staat: "En Hij begon bij Mozes en bij alle profeten en legde hun uit, wat in al die schriften op Hem betrekking had" (Luc.24:27). Toen Jezus sprak, waren hun "harten brandende" (Luc.24:32). Maar nog steeds konden zij niet "zien", waar Hij het over had. Pas toen "Hij met hen aanlag, het brood nam, het brak en het hun toereikte" (Luc.24:30), werden "hun ogen geopend en herkenden zij Hem" (Luc.24:31).


De schrift: nuttig om te weerleggen

In het leven van de Heer Jezus zien wij, dat ook Hij de schrift hanteerde om te weerleggen. "Nadat Jezus gedoopt was, ging de hemel open, en Johannes zag de Geest van God neerdalen als een duif en op Hem komen" (Mat.3:16). "Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel" (Mat.4:1). Om satans gedachten te weerleggen, begon Hij steeds met: "Er staat geschreven".

Eťn van satans verzoekingen kwam zelfs als een bijbelvers. "Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak van de tempel, en hij zei: Als je Gods Zoon bent, werp jezelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven om je op handen te dragen, opdat je je voet niet aan een steen stoot" (Mat.4:6).

Satan liegt altijd. Hij is "de vader van de leugen, die altijd naar zijn aard spreekt" (Joh.8:44). "Hij staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid" (Joh.8:44). Ook als hij de schrift hanteert, liegt hij. Want wat deed hij? Hij citeerde enkele teksten uit een psalm, maar liet, geraffineerd als hij is, enkele zeer essentiŽle woorden weg. Er staat: "Hij zal aangaande u Zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen. Op handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot" (Ps.91:11-12).

God zou Jezus behoeden op al Gods wegen. De Heer moest elke keer kiezen, of de beslissing, die Hij kon nemen, de weg van het vlees was ůf de weg van Gods Geest. Altijd, ook in deze sluwe aanval van satan, wist Hij "het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen" (Jes.6:16). Hij verwierp het voorstel om van de tempel te springen en zei: "Er staat ook geschreven: Je zult de Heer, uw God, niet verzoeken" (Mat.4:7). "En daarna keerde Jezus in de kracht van de Geest terug naar Galilťa" (Luc.4:14).

Ook wij moeten de schrift goed kennen, niet alleen naar de letter, maar vooral naar de Geest. Satan gebruikt de "letter die doodt" (2Cor.3:6). Hij laat iets weg uit een tekst, of haalt die uit de context. Hij kan (en dat is zijn grootste wapen) hemelse waarheden aards laten interpreteren. Daarom gaat het er in de eerste plaats om, te worden vernieuwd in ons denkend door de Heilige Geest (Rom 12:2, Fil.2:5). Want "de letter doodt, maar levend maakt de Geest".

Wij moeten dus de gezindheid van Jezus hebben, Zijn phroneo (=denkwijze). Hij dacht geestelijk. Hij zei: "Ik ben van boven" (Joh.8:23). Hij had daar "een schat in de hemelen, die nooit opraakte" (Luc.12:33). Hoorde Hij Zijn discipelen praten over brood, dan dacht Hij aan hemels brood. Spraken de FarizeeŽn over hun tempel, dan dacht Hij aan Zichzelf als de tempel van God. Gingen de IsraŽlieten naar Jeruzalem om de feesten der Joden te vieren, dan waren Zijn gedachten in de hemelse stad met de feesten van de Heer. Zo zouden we talloze voorbeelden kunnen geven van verschil in denken tussen Jezus en de anderen. Hij typeerde het verschil heel kernachtig: "Jullie, schriftgeleerden, zijn van beneden, Ik ben van boven" (Joh.8:23).

Wij kunnen alleen maar gevrijwaard blijven van de subtiele verleidingen van de duivel, als ook wij de gezindheid van Christus hebben. Vandaar dat Paulus ons oproept om "de dingen die boven zijn te zoeken" (Col.3:1). Zonder de wijze van denken, die in Christus Jezus was, vallen we ten prooi aan allerlei subtiele leugens en halve waarheden. Alleen als wij Zijn denkwijze hebben, kunnen wij alle ideeŽn, die via dwaallichten en valse profeten op ons afkomen, brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus en toetsen aan de schrift (2Cor.10:5).


De schrift: nuttig voor correctie

"Elk door God ingegeven schriftwoord is nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren" (2Tim.3:16).

Toen Jezus de verkeerde opvattingen van Zijn tegenstanders corrigeerde, gebruikte Hij vaak teksten uit het oude testament. Hij citeerde David om de strenge opvattingen van de FarizeeŽn over de sabbatsheiliging te corrigeren (Mat.12:3-8). Hij toonde de SadduceeŽrs zo aan, dat er wel degelijk een opstanding uit de doden was (Mat.22:29-33).

In het oude testament had IsraŽl de wet van Mozes als toetssteen. Die wet zei duidelijk, waar het volk zich aan te houden had. "Als u aandachtig luistert naar de stem van de Heer uw God en al Zijn geboden naarstig onderhoudt, dan zal Hij u verheffen boven alle volken van de aarde" (Deut.28:1).

In het nieuwe testament kwamen er heidenen tot bekering. Let wel: dat waren mensen, die nooit met Gods wet te maken gehad hadden. Wat zien wij nu gebeuren? Dat er ook in hun leven eerst regelgeving moest komen. Paulus legde hun daarom talrijke voorschriften op. De wet van Mozes van dus "een tuchtmeester tot Christus" (Gal.3:24), een schoolmeester met een rood potlood. En de voorschriften van Paulus zijn net zo.

Ik ben ervan overtuigd, dat het merendeel van de protestanten onder de "wet van Paulus" leeft: Paulus zegt dit, Paulus zegt dat. Natuurlijk is dat goed voor een beginsituatie. Ieder mens heeft regels nodig in zijn jonge geloofsleven. Eerst voorbereiding, correctie en toerusting, dan leven in Christus (Mat.3:7-12, Luc.1:1-2). Eerst wetten, dan vrijheid. Zo baant de wegbereider de weg voor het persoonlijk volgen van Jezus (Joh.1:19-34, 14:23).

Zo is het nu nog. De schrift is als een wegbereider. Daarin lezen we over Gods wil. Van alle oude principes van IsraŽls wet is niets afgeschaft (Mat.5:18). Van de nieuwtestamentische principes wordt niets weggenomen. Wie in het kleine (=het natuurlijke) niet getrouw is, kan ook in het grote (het geestelijke) niet getrouw zijn (Luc.16:11). Wie zijn vader en moeder niet eert, liegt of steelt en iets van zijn naaste begeert, moet zich bekeren. Wie zijn eigen gezin niet kan beheren, kan het huisgezin Gods niet beheren. Zo kunnen wij talloze natuurlijke principes noemen, die, als ze nog niet goed functioneren in ons leven, moeten worden verbeterd. Anders kan God ons op het geestelijke vlak niet volkomen gebruiken. De bijbel is daarbij een feilloos richtsnoer.


De schrift: nuttig om op te voeden

"Elk door God geÔnspireerd schriftwoord is nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid" (2Tim.3:16).

Het Griekse woord, dat hier is gebruikt, is paideia (afgeleid van pais, kind). De primaire betekenis is het opleiden van een kind. In de voorgaande verzen lezen we: "Blijf bij wat je geleerd en toevertrouwd is, wŤl bewust van wie je het hebt geleerd, en dat je van kindsbeen af de heilige schriften kent, die je wijs kunnen maken tot zaligheid door het geloof in Christus Jezus" (2Tim.3:14-15).

TimůtheŁs, aan wie deze woorden werden geschreven, was de derde generatie van een godvrezende familie. Paulus heeft het over het oprechte geloof van zijn grootmoeder LoÔs en van zijn moeder Eunice. Ongetwijfeld hebben deze twee hem "van kindsbeen af" onderwezen en hem met de schrift vertrouwd gemaakt. Zo werd hij toebereid om de weg van Jezus te gaan.

TimůtheŁs werd een trouw metgezel van Paulus. Van zijn brieven zijn er zes ook namens hem geschreven. Er wordt zelfs beweerd, dat de HebreeŽnbrief door TimůtheŁs zou zijn geschreven. Hij werd een belangrijk geestelijk leider in de eerste gemeente, die o.a. het werk van Paulus in Efeze voortzette.

We zien interessante overeenkomsten tussen hem en de profeet Jeremia. Ook Jeremia's vader was een godvrezend man, die het boek van de wet terugvond in de dagen van koning Josia. Ook Jeremia werd, net als TimůtheŁs, als jonge man geroepen voor een grote taak. Beiden hadden ouders, die de schriften respecteerden en er naar leefden.

Mozes daarentegen groeide op in een paleis met "alle wijsheid van de Egyptenaren". Hij moest veertig jaar in de woestijn doorbrengen, voordat hij aan zijn taak kon beginnen. Hij was toen inmiddels tachtig jaar oud.

Het is duidelijk, dat gelovige ouders hun kinderen vertrouwd moeten maken met de schrift. Ze moeten bijbelse principes leren kennen. De schrift kan niet redden, maar geeft kennis die tot redding kan leiden. Paulus zegt immers, dat "de wet een tuchtmeester is tot Christus".

Dit impliceert natuurlijk niet, dat "opvoeden in de gerechtigheid" alleen maar voor kinderen is. Volwassenen zijn vaak "geestelijke kinderen", die "opgevoed" moeten worden, totdat ook zij "geestelijk volwassen" zijn (Hebr.5:12-14).


HOOFD OF HART

Veel mensen bidden: "Heer, ik begrijp alles in mijn hoofd. Laat het nu zakken naar mijn hart". Zij denken, dat geestelijke waarheden eerst met het verstand en daarna met geestelijke ogen moeten worden "gezien".

Dat is precies het tegengestelde van wat God wil. "Het Woord van Christus wone rijkelijk in uw harten" (Col.3:16). Opdat "Christus door het geloof in uw hart woning make" (Ef.3:17). Dat gebeurt, als wij Zijn Woord ontvangen als "levend water". Gods primaire wijze om tot mensen te spreken is niet door bijbelstudie. In de eerste plaats werkt Hij door apostelen, profeten, herders en leraars in de ware ekklesia. En daarna komt de fase, zoals de Heer Jezus Zelf werd geleid: rechtstreeks door de Heilige Geest. Hoe meer Zijn Woord in onze harten groeit, des te meer zal ook de schrift voor ons open gaan. De bijbel wordt als het ware een herkenningsboek, dat steeds weer geestelijke processen, die God in ons leven doet, bevestigt.

De Heer Jezus had van kindsbeen af gemeenschap met Zijn hemelse Vader. Toen Hij twaalf jaar oud was, stonden de leraren in de tempel verbaasd over Zijn vragen en over Zijn wijsheid. Hoe kon dit kind zoveel weten? Hoe kon Hij op die leeftijd zo wijs zijn?

Hij gaf het antwoord Zelf: door steeds bezig te zijn met de dingen van de Vader. Hij dronk die in en verwierf een andere "kennis" dan "schriftgeleerdheid". Het "levende Woord" dat Hij "hoorde" werd steeds bevestigd, als de schrift in de synagoge werd voorgelezen. Zo ontving Hij Gods beloften, Zijn plan. Elke voorlezing uit de heilige schrift gaf Hem niet alleen nieuwe gedachten, maar was voor Hem ook een blijde herkenning. Veel wat Hij hoorde, had Hij al eerder "gehoord", van de Vader.

Wie dat niet kent, heeft alleen maar intellectuŽle weetjes. Wij kennen dan de beloften van God met ons verstand en niet als onvernietigbaar leven (Hebr.7:16). Wie met Jezus leeft, ontvangt mťťr dan bijbelkennis. Hij ontvangt hemelse wijsheid en kennis (Jac.3:17). Het is dus zo, dat wie met Jezus leeft, de bijbel zal gaan begrijpen; niet andersom. Niemand kan het boek ťcht begrijpen, als hij de schrijver niet kent.

Als het Woord van God tot ons komt als "levend water", is het heel belangrijk, het te bewaren. Oswald Chambers heeft gezegd: "Schrijf het op, op papier en in uzelf". Er is niets zo triest, als God tot ons spreekt en we vragen ons later af: "Waar ging het ook al weer over?" Dan is het Woord Gods mogelijk "verstikt door de zorgen van de wereld en het bedrog van de rijkdom en de begeerten naar al het andere" (Marc.4:19). Wij moeten "al Zijn woorden bewaren en die overwegen in ons hart" (Luc.2:19). Schrijf ze in ieder geval op. We kunnen dat doen in onze bijbel, of in een apart schrift. Het is vaak zo goed, om nog eens terug te zien, hoe de Heer ons heeft geleid op Zijn wegen.

Hoofd of hart? Mijn schoonzus, die bij ons in huis woonde, was door een hersenbeschadiging tijdens de geboorte lichamelijk gedeeltelijk en verstandelijk volledig gehandicapt (imbecillitas mentis). Met haar lichaam kon ze zo goed als niets; met haar verstand helemaal niets. Geestelijk was ze helemaal niet gehandicapt. Was ze verdrietig of ziek, dan moesten we bidden. Was ze blij, dan wilde ze zingen. Ze ging niet slapen zonder eerst te danken. Ze stond 's morgens niet op, zonder eerst samen te hebben gebeden. Hoorde ze iemand klagen over hoofdpijn, dan zei ze: "Naar de Heer gaan, jij". Bij haar waren alle intellectuŽle functies afwezig en toch pakte ze de meeste dingen geestelijker aan, dan "normale" mensen. Het gaat in de eerste plaats om het hart.


BIJBELVERTALING

De bijbel is voor de ware gelovige een onfeilbaar, door God geÔnspireerd boek. Zo beschouwden de Heer Jezus en Zijn volgelingen het oude testament. En zo is het ook met het nieuwe testament. Voor ons komt er echter ťťn groot probleem bij: Gods boek is niet in het Nederlands geschreven, maar in het Hebreeuws, het Aramees en het Grieks. Wie die talen niet beheerst, is aangewezen op een vertaling. En vaak blijkt, dat deze vertalingen (bewust of onbewust) aangepast zijn aan menselijk denken. Er is dan geÔnterpreteerd.

Het vertalen uit het Hebreeuws, het Aramees en het koine-Grieks is uitermate moeilijk. Bijbelvertalers beschikken niet over de oorspronkelijke handschriften, maar over kopieŽn van kopieŽn van kopieŽn. Die zijn helaas niet eensluidend. Er zijn momenteel ongeveer 15000 volledige of gedeeltelijke handschriften van het nieuwe testament bekend en daarvan vertoont ongeveer 3 procent verschillen. Welk manuscript is nu het meest betrouwbaar?

Hťt antwoord om dit probleem op te lossen komt van een Russische geleerde: Ivan Panin. Na zijn vlucht uit Rusland en zijn bekering van het atheÔsme ontdekte hij in 1890, dat de gehele bijbel verweven is met getallenpatronen, waarin vooral het getal zeven een belangrijke factor is. Zinnen, verhalen en geslachtsregisters blijken allemaal zevenvouden te zijn. De getallenstructuur, die onder de tekst schuilgaat, is zo feilloos, dat, wie daar iets van ziet, alleen maar tot de slotsom moet komen, dat ook hier "het begrijpen hem te wonderbaar is" (Ps.139:6).

Deze ontdekking was belangrijk om twee redenen. Ten eerste was dit een onweerlegbaar bewijs van de goddelijke inspiratie van de schrift. Iedere zin, elk woord en elke letter draagt als het ware een goddelijk zegel. Deze getallenstructuur gaat menselijke vaardigheid ver te boven. Zelfs met de meest geavanceerde computer is zo'n perfect patroon in een boek niet te creŽren. Maar Gods Geest deed dit wel, door veertig auteurs, die schreven in een tijdsbestek van 1400 jaar en in drie talen.

Ten tweede beschikte Panin nu over een betrouwbare methode om bij verschillend luidende teksten te bepalen, welke de juiste was. Zo heeft hij een Grieks nieuw testament uitgegeven en ook een Engelse vertaling daarvan. Zelfs met de punctuatie bleek de getallenstructuur van grote waarde en worden allerlei knelpunten opgelost. Wat bijvoorbeeld bedoelt Lucas 23:43? "Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn" of: "Ik zeg u heden: gij zult met Mij in het paradijs zijn"?

Het levenswerk van Panin is zo goed als volledig genegeerd door andere wetenschappers. Opvallend is wel, dat zijn uitkomsten over het algemeen overeenkomen met de manuscripten van de Westerse Kerk.


TENSLOTTE

Het grootste probleem bij bijbellezen en bijbelvertaling is dus het geestelijke denken. "Een ongeestelijk mens aanvaardt niet, wat van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid; hij kan het niet verstaan" (1Cor.2:14). Het Woord moet in ieders leven geest en waarheid worden, voordat de schrift kan worden vertolkt of begrepen. Het moet eerst opnieuw "in vlees", (=in ons) gestalte krijgen. Dat is, wat Johannes bedoelt met de komst van het Woord in het vlees, die niet wordt beleden door tal van misleiders, die in de wereld zijn uitgegaan (2Joh.7). In ons moet het levende Woord komen. Zonder dat worden we nooit het licht van de wereld (vgl. Mat.5:14).

Ieder die God zoekt en in de bijbel leest, heeft wel eens de ervaring gehad, dat hij opeens een bepaald vers gaat "zien", terwijl hij dat vers al wel honderd keer eerder had gelezen. Dan spreekt God. De letter wordt dan levend gemaakt door de Geest (2Cor.3:6). Dan hebben we iets herkend! De bijbel is dan niet langer alleen een studieboek, maar een herkenningsboek van wat God in ons heeft bewerkt.

Tenslotte geef ik u als afsluiting enkele gedachten door van Oswald Chambers:

"Waarom zou ik iets moeten geloven, alleen omdat het in de bijbel staat?" Daar is geen enkele reden voor. Pas wanneer Gods Geest de schrift toepast op ons innerlijk bewustzijn, beginnen wij te begrijpen, dat de schrift van vitaal belang voor ons is."

"De bijbel kunnen we niet aanpassen aan onze ideeŽn, aan uiterlijke normen of aan theorieŽn. Dan zijn we als de schriftgeleerden, tegen wie de Heer zei: "Jullie onderzoeken de geschriften, want jullie menen daarin eeuwig leven te hebben. Ja, ze getuigen inderdaad van Mij en toch willen jullie niet tot Mij komen om dat leven te hebben" (Joh.5:39)."

"Er is nog een ander soort christenen. Zij hebben de gevaarlijke neiging om alles met de dooddoener af te doen: "Laten wij terugkeren naar het gezag van de bijbel". Zo'n houding mist de moed en de kracht van Gods Geest. Het is een letterknechterij, die geen "leesbare brieven" voortbrengt, maar mensen die min of meer vleesgeworden woordenboeken zijn. Het brengt geen heiligen voort, maar fossielen, mensen zonder leven, zonder ook maar iets van de levende realiteit van de Heer Jezus te kennen."

"Want naast het vleesgeworden Woord en de schrift moet er ook het vertolkende Woord zijn. Dat zijn mensen, wier leven bevestigt, wat zij verkondigen. Zij zijn leesbare brieven. Alleen als wij de Heilige Geest hebben ontvangen en totaal op God zijn afgestemd, worden Gods woorden voor ons levend en krachtig (Hebr.4:12). De enige manier waarop wij Gods woorden werkelijk kunnen verstaan is door innig contact met hťt Woord van God. De band tussen de Heer Zelf, die het Woord is, en Zijn gesproken woorden, is zo nauw, dat elke scheiding fataal is. "Ik ben de opstanding en het leven". "De woorden die ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven" (Uit: "Biblical Ethics").

Home page