Home page



Leren
van het Lam



Een beknopt uittreksel van
"Het Lam volgen op de voet" van G. Steinberger,
een boekje dat nauw aansluit op
"In de leerschool van Christus" van T. Austin Sparks.

Beide uitgaven zijn verkrijgbaar bij
Novapres B.V., Postbus 18, 7350 AA Hoenderloo, tel 055-5422584.



DE WEG VAN HET LAM

De weg van het Lam is de enige weg, die tot heerlijkheid leidt. Wie het Lam volgt, waarheen Hij ook gaat, komt waar Hij is: op de troon (Op.7:17). Geen enkele andere weg komt dáár uit.

We weten, dat we in Christus volledige verlossing hebben (Ef.1:7, Col.1:14). Maar wat is van deze in het geloof aanvaarde verlossing nou de praktische verwerkelijking in ons leven? Het is "het Lam volgen waarheen Hij ook gaat" (Op.14:4).

Het gaat niet om het volgen van een traditie of van ideeën, maar om het volgen van een Persoon. Hij is onze Voorloper (Hebr.6:20), ons Voorbeeld (1Pet.2:21). Door andere voorbeelden te volgen kun je op een dwaalspoor komen en moe worden. Maar wie in Zijn voetstappen wandelt en van Hem leert, "loopt en wordt niet moe, hij wandelt en wordt niet mat" (Jes.40:31).

We willen graag laten zien, hoe het Lam onze lamp kan zijn (Op.21:23). Licht krijgen is leren. Als Hij ons verlicht, gaan we zien (=weten), wat de gezindheid van het Lam is. Dan leren we Hem te leven (vgl.Col.3:4). Laten we daarom gaan zitten aan Zijn voeten als die vrouw in Bethanië om te ontvangen, wat Hij ons te leren heeft (Deut.33:3, Luc.10:39).


HET LAM LEERT LIEF TE HEBBEN

Het Lam "heeft de Zijnen liefgehad tot het einde" (Joh.13:1). Hij heeft hen meer liefgehad dan Zichzelf (Ef.5:2). Dát is "de liefde van Christus" (Ef.3:19).

Wat moeten wij nog veel leren! Hoe vaak zijn we begonnen lief te hebben en hoe snel bleek onze liefde uitgeput. We hadden in de leerschool van het Lam nog niet geleerd, om lief te hebben tot het einde!

Wat staat er zoal in Zijn leerplan over liefhebben? Dat Zijn liefde blij is met waarheid, met echtheid (1Cor.13:6). Dat ze niet ik-gericht is, maar geeft (Gal.1:4, 1Tim.2:6). En dat ze gehoorzaamheid betekent, want God liefhebben, is Zijn geboden volbrengen (1Joh.5:2). Hij zegt: "Een nieuw gebod geef Ik jullie, dat je elkaar liefhebt, zoals Ik jullie heb liefgehad, en dááraan kan men zien, dat je discipelen van Mij bent" (Joh.13:34-35)


HET LAM LEERT TE DIENEN

Vaak had de Heer Jezus hierover gesproken met Zijn discipelen (b.v. Joh.13:1-17). "De Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mat.20:28). "Wie onder u groot wil worden, moet dienaar zijn" (Mat.20:26, Luc.22:27), "de állerlaatste, áller dienaar" (Marc.9:35). Dat leren we alleen van Hem.


HET LAM LEERT TE DRAGEN

Zijn draagkracht was groots, majestueus. Hij droeg ongerechtigheden (Jes.53:11), zonden (Jes.53:12), ziekten (Mat.8:17) en smarten (Jes.53:4). Hij werd door Zijn volk niet aangenomen, door Zijn discipelen niet begrepen, door Zijn familieleden voor waanzinnig gehouden en door de leiders van het volk als verleider gebrandmerkt. En "gelijk Hij is, zijn ook wij in deze wereld" (1Joh.4:17). Hij leert ook ons te dragen, te verdragen, en maakt wie overwint tot een zuil in de tempel van God (Op.3:12).


HET LAM LEERT NEDERIG TE ZIJN

De Heer zegt: "Leer van Mij om zachtmoedig te zijn en nederig van hart" (Mat.11:29). Dat leidt tot zelfontlediging (Fil.2:7), tot het afleggen van eigen belang of eer voor jezelf (Joh.5:41), van grootsheid of aanzien (Mat.12:16,19).

Zachtmoedigheid en nederigheid is de schoonheid van het Lam. Hij leert de Zijnen om ootmoedig elkaar uitnemender te achten dan zichzelf (Fil.2:3-5) en om niet te letten op eigen belang, maar op dat van anderen.


HIJ LEERT ZELFVERLOOCHENING

Wie dat van Hem leert, kan zeggen: "Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij" (Gal.2:20). Wie het Lam volgt, waarheen Hij ook gaat, leeft niet meer voor zichzelf, maar voor Hem! Het ego neemt. Hij leert ons te geven. Eva nam van de vrucht in het paradijs (Gen.3:6). Aan wie zichzelf verloochent geeft Hij te eten van de boom des levens in het paradijs van God" (Op.2:7).


HET LAM LEERT STIL TE ZIJN

Het Lam kende stilheid, een stil-zijn voor de Vader, om Hem te "horen" en Zijn wil te doen. In de leerschool van het Lam kunnen wij dat ook leren en, als Maria van Bethanië, aan Zijn voeten gaan zitten luisteren (Luc.10:39).

Hij zegt nog steeds, tot ieder die het "horen" wil: "Kom bij Mij, jullie die moe zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven, stilheid. Leer dat van Mij (Mat.11:28-29).


HET LAM LEERT TE LIJDEN

Het lam werd niet door woorden, door werken of wonderen, maar door lijden heen een volkomen Verlosser. Ook daarin is Hij na te volgen. "Hij heeft voor u geleden en een voorbeeld nagelaten ...." (1Petr.2:21).

Je kunt lijden als straf (Num.12:1-16), ter beproeving (Deut.8:2, 1Petr.4:12-13) of ter loutering (Mal.3:2-3). Maar het Lam leert ons ook te "lijden om de gerechtigheid" (1Petr.3:14), "voor Christus" (Fil.1:29).

Dan lijd je niet omdat je iets verkeerds hebt gedaan, maar juist omdat je Gods wil doet. Dan word je gehaat omdat je de waarheid lief hebt. Je wordt verworpen, omdat je tracht te vergaderen in Geest en Waarheid (vgl. Mat.23:37). Of omdat je de smalle weg bewandelt, die voert naar buiten de legerplaats om daar Zijn smaad te dragen (Hebr.13:13). Dit gewillig lijden met blijdschap kende het Lam, de man van smarten, als geen ander (Jes.53:3, Col.1:24).


HIJ LEERT TE GEHOORZAMEN

Zijn dagelijks brood was het gehoorzaam doen wat Hij de Vader zag doen (Joh.8:28). Hij bleef honderd procent gehoorzaam, tot de dood (Joh.4:34, Fil.2:8). Dat was Zijn "weg": gehoorzamen. Niet alleen weten, maar ook doen.

In het denken van David waren de weg kennen en de weg gaan nauw aan elkaar verbonden. Wat de smalle weg betreft bidt hij: "Here, maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden" (Ps.25:4, 25:9).

Want het is niet voldoende om de weg te weten. We moeten Gods weg ook gaan in gehoorzaamheid. Daarom bidt David ook: "Leer mij, Heer, uw weg, om in uw waarheid te wandelen" (Ps.86:11). We hebben goddelijk onderricht nodig om op de smalle weg te kunnen wandelen in de voetsporen van het Lam.


HET LAM LEERT TE VERTROUWEN

"Hij heeft Zijn vertrouwen op God gesteld!" riepen de spotters, toen Jezus aan het kruis hing (Mat.27:43). Ja, Hij heeft als mens de Vader in alles vertrouwd (Ps.40:5b). Hij had aan Hem genoeg.

Als wij dát toch eens zouden leren! Dan zouden we bevrijd zijn van zorgen, angst en stress. "Ik heb mijn God, dat is genoeg". Wat heb ik nog meer nodig? "De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets" (Ps.23:1). Wat kan mij deren? (Ps.23:4). Wat mij verontrusten? (Hebr.13:6). Ja, "wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen" (Rom.9:33).


HET LAM LEERT TE WERKEN

"Om de arbeid van Zijn ziel zal Hij het zien en verzadigd worden" (Jes.53:11). Er is een arbeid van de ziel, die vooral het Lam heeft verricht. God toonde Hem dingen, waar Hij in Zijn ziel onder tranen mee bezig was. Er staat van Hem: "Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt" (Ps.126:6, het zaad is het Woord).

Zijn "ogen vloeiden als waterbeken" (Ps.119:136). Hij weende over Jeruzalem en zei: "Ach, dat jullie eens konden begrijpen, wát tot je vrede dient!" (Luc.19:41-42). En "toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, omdat ze voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben" (Mat.9:36). Dit werk wil Hij ook aan ons leren (2Cor.6:4-10).


VAN KNECHT DES HEREN TOT LAM VAN GOD

De Schrift toont ons de Heer Jezus hoofdzakelijk in twee gedaanten: als dienstknecht en als lam. Hij kwam om te dienen, maar Zijn dienen werd hoe langer hoe meer een dragen. In de dienstknechtsgestalte werd de lamsgestalte steeds duidelijker zichtbaar.

We zien Zijn weg steeds steiler en smaller worden. De kring van discipelen werd steeds kleiner, naarmate het doel duidelijker werd (Joh.6:60-66). Ook de twaalf begrepen er niets van, toen Hij zei: "We gaan naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal daar overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en ze zullen Hem ter dood veroordelen. Ze zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten, te geselen en te kruisigen" (Mat.20:18-19).

De dienaar konden ze nog wel begrijpen, het Lam niet meer. Gods Geest leidde Hem stap voor stap verder en iedere stap leek een stap omlaag. En hoe dichter Hij bij het kruis kwam, des te duidelijker kwam de gestalte van het Lam te voorschijn uit die van de dienstknecht. Zo leidt de Heer ieder, die het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat. Ook hun dienen wordt steeds meer een dragen.


HET DOEL VAN DEZE LEERSCHOOL

Wat het doel is? Als we daar geen zicht op hebben, zullen we nooit met blijdschap van Hem leren en Hem volgen, waar Hij ook heengaat.

Het is: volkomen vereniging, vereenzelviging, éénwording met Hem. "En ik zag het Lam op de berg Sion en met Hem 144.000, op wier voorhoofden Zijn naam en de naam Zijns Vaders geschreven stonden" (Op.14:1-5).

Deze eerstelingen worden "losgekocht van de aarde" om mee te werken aan de verlossing, als medewerkers Gods. Het zijn "verlossers (St.Vert. heilanden) zullen de berg Sion bestijgen om over het gebergte van Esau (=de macht van het vlees) gericht te oefenen" (Ob.21).

Deze verlossing omvat niet alleen de verloren mensheid, maar de hele in barensnood zijnde schepping (Rom.8:19). Als Paulus spreekt over de verkondiging van het evangelie, sluit hij alle mensen in. Maar als hij spreekt over verlossing, dan breidt hij de kring nog verder uit en sluit hij de hele zuchtende schepping in (Rom.8:19-23). Die wacht "met reikhalzend verlangen op het openbaar worden van de zonen Gods", op hen, die in de kracht van de heilge Geest de weg van het Lam gaan in gehoorzaamheid (Rom.8:14,19).

Want "alle schepsels in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden" (Op.5:13). Dan heeft Jezus het einddoel bereikt: alles aan de Vader te onderwerpen, opdat Hij alles kan zijn in allen (1Cor.15:20-28).

Volgens de bijbel is de hoofdtaak van de heilige Geest in deze "eeuw der genade" "een volk voor Zijn naam te vergaderen" (Hand.15:14). Als dit volk voltallig is, wordt Jezus mét hen openbaar (Col.3:4). Ze zullen "het licht verkondigen én aan het volk (=Israël) én aan de heidenen" (Hand.26:23, St.Vert.), aan alle volkeren. Het tot stand brengen van dát eerstelingenvolk is Gods prioriteit (Hand.15:14).

Het is daarom niet voldoende dat we mensen alleen tót Christus brengen ter bekering. Net als Paulus moeten we besluiten, niets "te willen weten dan Christus én die gekruisigd" (1Cor.2:2), d.w.z.: niets te beogen dan de Heer te volgen in de voetstappen van Zijn lijden (vgl. 1Petr.2:21). Hij wees de gelovigen nadrukkelijk op de weg van het Lam én van Zijn de leerschool. Zo werkte Paulus als medewerker Gods, volgens de richtlijnen van de heilige Geest. Daarom had zijn werk waarde voor het Koninkrijk Gods. Als een bekeerling de weg van het Lam niet gaat, heeft zijn leven alleen waarde voor hemzelf, voor zijn persoonlijke redding, maar niet voor het Koninkrijk Gods.

Ieder kind van God is gered van zonden. Maar er is iets, wat veel dieper gaat dan de zekerheid van het geloof. Dat is het weten één te worden gemaakt met het Lam door de heilige Geest, die "zowel het willen als het werken in ons werkt" (Fil.2:13), te weten te zijn geroepen "als eersteling voor God" (Op.14:4), te weten vóór de grondlegging der wereld door Hem te zijn uitverkoren voor die positie (Rom.8:29-30, Ef.1:4).

Wie deze roeping "ziet" en het Lam volgt, waar Hij ook heen gaat, doet drie dingen. Ten eerste dankt hij God uit het diepst van zijn hart, dat hij is uitgekozen om de weg van het Lam te mogen gaan en van Hem te leren.

Ten tweede wordt hij iemand, wiens "leven is verborgen met Christus in God" (Col.3:3): hij is in de wereld, maar niet van de wereld. Het Lam is zijn lamp (Op.21:23), een lamp voor zijn voet en een licht op zijn pad (Ps.119:105).

En ten derde beperkt hij de bijbel niet meer tot zijn eigen opvattingen en ervaringen. Paulus, die aan de voeten van Gamaliël was onderwezen in de schriften en héél veel wist, zei: "Eén ding doe ik: ik vergeet wat achter me ligt en strek me uit naar wat voor me ligt, ik jaag naar het doel: de prijs van de roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus" (Fil.3:14). Dat is zoonschap. Wie het Lam zo volgt, komt waar Hij is, "op Sion" (Op.14:1), bij Hem, op de troon (Mat.19:28, Op.7:17).

Home page