Home page



De ark
van Noach



"Zoals het was in de dagen van Noach,
zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn"
(Mat.24:37).


INLEIDING

Het kan niet langer ontkend worden: we leven in het laatste der dagen. Bij hoe langer hoe meer mensen slaat de schrik om het hart als ze zien, wat er in de wereld gebeurt. Voortdurend komen de leiders van de wereld bijeen om te proberen een uitweg uit de problemen te vinden. Wie niet bezorgd is over de huidige wereldsituatie is f blind voor wat er zich afspeelt, f hij vlucht van de feiten weg in werk en in allerlei activiteit, f in genot, lust, alcohol en drugs. Althans, zo somber en uitzichtloos is de situatie voor de natuurlijke mens.

Vanuit Gods oogpunt gaat er niets mis. Hij heeft gezegd: "Duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natin". Niets loopt Hem uit de hand! Hij voert Zijn plannen met goddelijke precisie uit. Jezus zegt dan ook: "Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt je dan op en hef het hoofd omhoog, want je verlossing genaakt" (Luc.21:28).

Want net als in de tijd van Noach (=rust) laat God ook nu een "ark" bouwen als "schuilplaats" voor de komende gerichten. Dat is "het lichaam van Christus", waarvan Jezus, het Hoofd, zei: "Kom tot Mij, Ik zal je rust geven". Hij is onze "Noach", onze rust, als "duisternis de aarde zal bedekken en donkerheid de natin. Want over jullie zal de Heer opgaan en Zijn heerlijkheid zal over jullie gezien worden" (Jes.60:2).


ALS IN DE DAGEN VAN NOACH

In de dagen van Noach leefde men er maar op los. Geweld en onrecht hadden de overhand en daarom kon Gods gericht (=rechtzetting) niet uitblijven. Dat gebeurde door een watervloed, die allen wegnam die niet in de ark waren. Acht zielen werden behouden (1Petr.3:20). Het getal 8 duidt op nieuw leven, opstandingsleven. Die "acht" werden gespaard om de "nieuwe aarde" te berven en daar te leven. "Zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn", zegt Jezus (Mat.24:39).

Voordat die vloed in al haar hevigheid kwam, had God aan Noach duidelijke aanwijzingen gegeven. Hij had gezegd: "Het einde van al het vleselijke (letterlijk vertaald) is door Mij besloten, want de aarde is vol geweld. Ga nu een ark van goferhout maken, driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog. Je moet hem maken met drie verdiepingen, een lichtopening aan de bovenkant en een ingang aan de zijkant" (Gen.6:13-16).

God gaf niet alleen de opdracht, maar bepaalde ook precies hoe. Alleen Hij wist, waar de ark voor zou dienen en hoe die moest worden. Daarom bepaalde Hij Zelf ook de maten: 300 x 50 x 30 el. Van die afmetingen gaan we in dit artikel nadenken over de geestelijke betekenis ervan.

Want ook nu wil God, dat er een "ark" gebouwd wordt als schuilplaats voor het "vuur der beproeving", dat de hele aarde zal bedekken. Ook nu duldt Hij geen enkel menselijk idee bij de bouw van die "nieuwe ark".

De gedachte dat er nu een geestelijke "ark" wordt gebouwd is belachelijk in de ogen van het religieuze systeem Babylon. Destijds werden Noach en zijn zonen bespot en nu bespot de religieuze wereld elke gedachte om op Gods aanwijzingen in geest en waarheid te komen tot de opbouw van "de ware ark". Men blijft liever bijbelse waarheden aards interpreteren en uitwerken.

Vandaar dat velen met zo iets niets te maken willen hebben. Ze eten, drinken en zijn vrolijk. Ze zwelgen van de "machtige" emoties, die worden opgewekt in hun "Babylonische" bijeenkomsten. Hun profeten profeteren: "Vrede, vrede", terwijl er geen vrede is. Ze zeggen: "Het is alles vrede en rust" (1Thes.5:3). En dan plotseling zal er de grote vloed komen, een zee als een "verterend vuur" en "worden ze allemaal verrast als in een strik" (Luc.21:34).

"Hef daarom uw hoofden omhoog" (Luc.21:28). Ga hemels denken. Bid om de gezindheid (=denkwijze) die in Christus is. Want God geeft ook nu duidelijke aanwijzingen voor de bouw van de ware ark. Ook die ark moet "300" x "50" x "30" zijn.


HET GETAL DRIEHONDERD
De Gideonsbende

De ark was driehonderd el lang en had drie verdiepingen (300 en 3 komen vaak samen voor). Het getal 300 spreekt van volkomen verlossing, 3 van de hele mens, geest, ziel en lichaam. We zien dat bijvoorbeeld later terug in de uitverkoren zonen Gods, de 144.000, 2x8x3x300, de "twee" met "nieuw leven", in "lichaam, ziel en geest", "verlosten van de Heer" (Rom.8:19, Op.14:2-5).

Het getal 300 komen we tegen in het verhaal van Gideon: "De Heer zei tot Gideon: door driehonderd mannen zal Ik Mijn volk verlossen en Midian in uw macht geven. Toen verdeelde hij zijn driehonderd man in drie groepen en gaf hun horens en lege kruiken met fakkels erin. Daarna bliezen ze op de horens en braken de kruiken stuk. En ze riepen: Het zwaard van de Heer en van Gideon! Toen sloeg het hele leger van Midian op de vlucht" (Richt.7:7,8,16,20,22).

Wat een verlossing! Een verlossing, die niet tot stand kwam door kracht of door geweld, maar alleen door de Geest van de Allerhoogste. Hoe hopeloos zag alles er daarvoor uit! Steeds weer kwamen die Midianieten terug om het gewas te vernietigen of de oogsten te roven (Richt.6:1-5). Daarom verarmde Isral zo, dat er een groot gebrek aan alles ontstond, vooral aan "koren, most en olie" (Richt.6:6). En zo is het eigenlijk ook nu. Want "waar is koren en wijn?" (Klaagl.2:12).

Ja, waar zijn nu de vruchten van de heilige Geest? Waar blijft de oogst van het in Gods akker gezaaide levende Woord? Er is hongersnood! Gebrek!

Gideon trachtte destijds "koren" voor de vijand in veiligheid te brengen (Richt.6:11). Een enorme massa wilde hem wel helpen, maar het merendeel keerde later weer naar hun huizen terug, net zoals velen ook nu op een bepaald moment Jezus als Lam niet meer willen blijven volgen (Joh.6:66). Voor de goede strijd zoekt God alleen mannen, die "licht" in hun "kruik" hebben, bereid zijn om die te verbreken en die een duidelijk signaal op de hoorn kunnen blazen (vgl. 1Cor.14:8 en Num.10:1-10)

Op zulke "mannen" wacht de in barensnood zijnde schepping om te worden verlost (Rom.8:19). En ze zal worden verlost! Door driehonderd man! Door overwinnaars, verlossers! Door "zonen Gods". Door de "volheid van Christus" (Ef.4:13, Ob.21).


SALOMO'S SCHATKAMER

In 1 Koningen 10 vinden we een beschrijving van de schatkamer van koning Salomo. Er staat o.a.: "Er waren ook driehonderd kleine schilden van geslagen goud, drie minen goud gebruikte hij voor n klein schild. De koning plaatste ze in het huis met de naam "Woud van de Libanon" (v.17).

Het koninkrijk van Salomo, hoe schitterend en glorieus ook, was slechts een schaduwbeeld van het eeuwige rijk van de ware Vredevorst. Jezus zegt immers: "Meer dan Salomo is hier" (Mat.12:42).

Salomo had driehonderd schilden, elk van drie minen goud. In Christus is meer! In Hem is de werkelijkheid, de waarheid van alle schaduwbeelden (Joh.1:17). Voor wie in Christus is geldt: "Hij is ons van God (=goud) geworden verlossing (1Cor.1:30), een veilig schild, een goddelijke beschutting voor onze gehele mens: driehonderd schilden van drie minen goud!

Ja, Salomo had ze in het huis met de naam "Het Woud van de Libanon" (=Witte Berg). Jezus heeft "300" broeders van goud (=zonen Gods) in Zijn "huis" op Sion (Op.14:1-5). Die verlosten zijn niet alleen gered, maar ook geheel losgekocht van de "aarde", gekocht uit de mensen, volledig overwinnaar. Gods verlossingswerk heeft hen geheel doordrenkt, in geest, ziel en lichaam.


HENOCH

Het getal 300 wordt ook genoemd in Genesis 5: "Henoch wandelde met God driehonderd jaar en hij was niet meer, want God had hem opgenomen" (vers 22 en 24).

Henoch (=ingewijde) kende volle verlossing, ook van "het lichaam van deze dood" (Rom.7:24). Zijn hele wezen gehoorzaamde aan de Geest. Hij stierf geen dood, maar de Heer nam hem op, als teken van hen, die Jezus geheel zullen kennen als de "Ik ben de opstanding en het leven" (Joh.11:25).

Dat dit opstandingsleven inderdaad bestemd is voor "het gehele lichaam van Christus" blijkt uit het verhaal van de zalving te Bethani. Maria zalfde de Christus vlak voor Zijn sterven met mirre, niet alleen het hoofd, maar ook de voeten (Marc.14:3, Joh.12:3). De waarde van die mirre was driehonderd schellingen (Joh.12:5). Ook de "voeten" zouden lijden en volledig verlost zijn!

Johannes "zag" in een visioen, hoe "de voeten" openbaar worden: "als koperbrons, als in een oven gloeiend gemaakt" (Op.1:14). Ze worden zo beproefd en gelouterd, om te delen in Zijn lijden (gezalfd met "mirre") en om te delen in Zijn verheerlijking (waarde: "driehonderd" schellingen, Rom.8:17).


DE DRIE VOORHANGSELS

In de tabernakel (een beeld van "het lichaam van Christus") vinden we ook het getal 300. Die had drie ingangen van elk honderd vierkante el. Dat waren de poort van de voorhof (20x5), de ingang tot het heilige (10x10) en de toegang tot het heilige der heilige (10x10 el).

Eerst dit: weer drie , het getal van het totale. Verleden, heden en toekomst. God is Vader, Zoon en heilige Geest. De mens is geest, ziel en lichaam. Gods akker brengt "koren, most en olie" voort. Volledig ingaan in Zijn heiligdom is het einddoel van Gods plan. Hij wil, dat we ingaan tot in het binnenste heiligdom, ingaan door drie "voorhangsels" tot in Zijn volmaakte rust (Hebr.4:6).

Jezus ging als eerste binnen (Hebr.4 en 6:20). Hij is onze voorloper! Als wij die weg gaan, zal ook ons "voorhangsel" tot het heiligdom scheuren, ook ons "vlees" met "mirre" worden gezalfd, ook onze "kruik" worden gebroken. Want als het "vlees" niet sterft en scheurt, kan het volkomene niet komen. Dan kan men niet van een verloste zoon spreken (vgl. Rom.8:14). Drie voorhangsels van elk honderd vierkante el. "Jezus Christus in ons, de hoop der heerlijkheid" (Col.1:27). "Een hoop, die reikt tot binnen het voorhangsel" (Hebr.6:19).

Wat een groots plan! Het is al heerlijk, om het eerste voorhangsel door te gaan en te komen bij het "brandofferaltaar" en het "wasvat". De hoogte van deze ingang was 5 el, het getal van de genade en liefde van onze "Zon der gerechtigheid".

Maar als wij tot priesterschap worden geroepen, gaat we verder. Van het brandoffer (de plaats van volledige toewijding) en het koperen wasvat (de plaats van volledige levensheiliging) komen we dan bij het tweede voorhangsel. Een vreemdeling mocht daar niet komen. Ook niet een onbevoegde, of iemand van het volk, zelfs geen leviet. Alleen "gewijde", "gewassen", "gezalfde", "in wit linnen geklede" "priesters" mochten daar "dienst doen". Het was "het heilige", waar alln het "licht" schijnt van "de zevenarmige kandelaar" (=de heilige Geest).

Gods plan reikt met sommigen ng verder! Wie getrouw dienst doet in het heilige, wordt ng dichter bij Hem geroepen! Zij mogen met de "hogepriester" ook door het derde voorhangsel (Heb.4). Daarachter is een "plaats", die "vierkant" (=volmaaktheid) is en "kubisch" (=volheid). Daar is geen zonlicht of licht van een kandelaar. De heerlijkheid van God is daar het licht (Op.21:23).

Wie dr binnengaat is geworden tot n van de zonen, door wie God Zijn verlossingswerk zal voltooien (Rom.8:19-23). Er komt immers een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De gehele kosmos komt onder het beslag van de volledige verlossing, die de Almachtige in gedachtenis had, toen Hij bepaalde, dat de drie voorhangsels samen driehonderd vierkante el moest zijn.

Als u "Zijn stem" hoort, laat u dan verder leiden door onze Voorloper, Jezus Christus. Gehoorzaam Zijn stem! Want Hij is de weg, de waarheid en het leven. Laat u gebruiken tot de bouw van de "ark van behoud". Donkere wolken pakken samen. Waak! Zie toe op u zelf. "En richt u op, hef uw hoofd omhoog, want uw verlossing genaakt" (Luc.21:28).


HET GETAL DERTIG

Nu komen we tot de volgende afmeting van de ark: "Dertig el haar hoogte" (Gen.6:15).

Het getal dertig duidt op (geestelijke) volwassenheid. Jozef was dertig jaar oud, toen hij onderkoning van Egypte werd (Gen.41:46). "Dertig jaar was David, toen hij koning werd" (2Sam.5:4). "En Jezus was toen Hij optrad, dertig jaar" (Luc.3:23). Door te bepalen, dat de ark dertig el hoog moest zijn, liet God zien, dat Hij ook met "het Lichaam van Christus" toewerkt naar mannelijke rijpheid, naar geestelijke volwassenheid (Ef.4:13).

Als die bereikt is door de heilige Geest, is ook de derde verdieping van de "ark" geheel voltooid. Dan komt de glorieuze ontknoping van het plan, dat God reeds voor de grondlegging van de wereld klaar had. Dan volgt, na een tijd van "storm" en "vloed", het herstel van alle dingen. Dan komt er een "nieuwe" hemel en een "nieuwe" aarde. Dan wordt alles "nieuw", "van een hemelse orde".

Velen vinden dit allemaal maar twijfelachtig, omdat we er nog weinig van gehoord of gezien hebben. Maar Gods plan wordt onverminderd uitgevoerd, in het verborgene, ver van de massa. Hij roept mensen tot Zich bij naam, om met Hem te wandelen, zoals Henoch, Noach en Abraham dat deden. Ieder van hen brengt Hij steeds dichter bij het doel: de maat van de wasdom der volheid van Christus (Ef.4:13). Dan zullen we zien wat we nu nog niet zien (Hebr.2:8-9).

Dat God naar geestelijke volwassenheid toewerkt in "het lichaam van Christus", zien we ook in de tempel van Salomo. "Het huis, dat koning Salomo voor de Heer bouwde, was dertig el hoog" (1Kon.6:2). Volgroeid! Volwassen! Zoonschap!


HET GETAL VIJFTIG

Het getal 50 duidt op de heilige Geest, die werd uitgestort op het pinksterfeest. Het Griekse woord voor pinksteren is pentekoste, dat vijftigste betekent. De Geest van God vervulde de discipelen vijftig dagen na Jezus' opwekking uit de dood (Hand.2:1-4). Die "pinksterdag" duurt nog steeds voort: de Heer Jezus is de doper met de heilige Geest, een ervaring die de laatste decennia velen persoonlijk hebben beleefd.

De ark was vijftig el breed. We hebben al gezien, dat Gods zonen tot de volle wasdom van Christus komen (het getal 30). En dat ze volkomen losgekocht van de aarde zullen zijn en dat door hen God het herstel van alle dingen bewerkt: de verlossing van de zuchtende schepping (het getal 300). Het getal 50 wijst erop, dat de bouw van het "Lichaam van Christus" (de "ark") alleen het werk kan zijn van de heilige Geest.

Daarom moeten wij ons door Jezus laten dopen met Gods Geest (Mat.3:11). Wie dat niet nodig vindt, komt nooit tot volle wasdom en volledige verlossing. Zonder dat worden we nooit n "ark", "tot n lichaam gedoopt" (1Cor.12:13). Er kan alleen nheid in het lichaam van Christus zijn door de heilige Geest!

Een prachtige illustratie hiervan zien we in de tabernakel. De kleden, die de tabernakel bedekten, werden een nheid, die tot stand kwam door vijftig gouden haken. Geen eenheid op grond van opvattingen, leer, naam van een kerk of gemeente, interesses, gebouw of sociale contacten. Maar eenheid door de Geest van God (Ex.36:12-13).


DE ZONDE VAN ACHAN

Na jaren lang te hebben rondgezworven in de woestijn was Isral eindelijk in het land van belofte gekomen. Het eerste bolwerk van de vijand was Jericho, dat op wonderlijke wijze in handen van Isral viel zonder dat er maar n man sneuvelde (Joz.6:1-27). Vol vertrouwen werd daarna een klein leger op pad gestuurd om het stadje Ai te veroveren (Jozua 7).

Dat legertje werd smadelijk verslagen. Toen zei God tot Jozua: "Isral heeft gezondigd en kan daarom niet standhouden tegen de vijand". Door het lot werd de schuldige aangewezen: Achan. "Mijn zoon", zei Jozua hem toen, "geef toch eer aan de Heer en doe voor Hem belijdenis. Vertel me toch wat je gedaan hebt".

Achan antwoordde: "Ja, ik heb gezondigd tegen de Heer. Ik zag bij de buit een mantel van Sinear en tweehonderd sikkelen zilver, en een staaf goud van vijftig sikkelen zwaar, en uit begeerte heb ik dat meegenomen. Alles ligt in mijn tent in de grond verborgen" (Joz.7:21).

Hoe is het mogelijk, zult u zeggen! Achan! Jaren lang had hij in de woestijn de leiding van God gezien. Hij had Jericho (een type voor "Babel") zien vallen. En tch nog begeerde hij dingen voor zichzelf. En dan nog wel een "mantel van Sinear" (=Babel). En "goud", iets goddelijks! "Vijftig" sikkelen. Verstopt in "zijn tent"! "In de grond"!

Verstaat u de beeldspraak? Achans maken de kracht van Gods Geest effectloos, door haar in de "grond" te stoppen, in eigen "tenten". Hoe komt het, dat de kracht van de opwekking, die in het begin van de vorige eeuw de kerken deed schudden, is verbleekt? Waar bleef de Gode welgevallige oogst van de diverse bewegingen van de heilige Geest? Hebben, wij christenen, ons niet al te vaak als een Achan gedragen en zijn niet aardse instituten, nieuwe kerken, er uiteindelijk van overgebleven? Er is "veel gezaaid, maar weinig binnengehaald; veel gegeten, maar zonder verzadigd te worden; gedronken zonder voldaan te worden" (Hag.1:6). Ieder ging weer rennen voor een eigen "huis", terwijl Gods "huis" verwoest bleef liggen (Hag.1:9). Ieder stopte het "goud", "vijftig" sikkelen zwaar, "in de grond" van zijn eigen "tent".

Vandaar dat "als men bij de wijnpers kwam om vijftig maten uit de bak te scheppen, dan waren er maar twintig" (Hag.2:17). Er ontstond gebrek aan "nieuwe wijn". Gods Geest was in "oude vaten" gedaan, misbruikt om oude systemen op te lappen (Luc.5:36). De gaven van heilige Geest waren goed genoeg om onze begeerten te bevredigen en onze aardse instellingen wat meer glans te geven. Uit hebzucht wilden velen meer van de heilige Geest hebben, hebben, hebben (vgl.Jac.4:3). En omdat het niet in de eerste plaats ging om Christus, maar om er zelf beter van te worden, ging "de nieuwe wijn" verloren en werd "Babel" voortgebracht.

Als zo iets gebeurt, dan trekt God Zich terug. Wat met "hout, stro en stoppels" tot stand is gebracht, wordt "verbrand". Elk aardsgericht, aardsgezind christendom is ten ondergang gedoemd. Daarom: wees toch niet als Achan en begeer geen Babylonische mantel!

Achan werd gestenigd en met vuur verbrand, mt zijn bezit, mt het Babylonische kleed en mt zijn gestolen zilver en goud (Joz.7:25). "Hierop sprak de Heer tot Jozua: Vrees niet, wees niet verschrikt; neem al het krijgsvolk met u mee en maak u gereed. Zie, Ik geef de koning van Ai, zijn volk, zijn stad en zijn land in uw macht" (Joz.8:1). God geeft alleen de volle overwinning aan een volk, dat korte metten maakt met het Babylonische begeren.


ABSALOM EN ADONIA

Deze twee koningszonen, zonen van David, stierven beiden een smadelijke dood. Beiden waren opstandig tegen hun vader en hadden vijftig man, die voor hen uit moesten lopen als teken van hun grootheid. "Absalom schafte zich een wagen met paarden aan en vijftig mannen, die voor hem uit moesten lopen" (2Sam.15:1). En "Adonia was zo overmoedig te denken: Ik word koning. Dus schafte hij zich wagens en ruiters aan en vijftig mannen, die voor hem uitliepen" (1Kon.1:5).

Weer het getal vijftig. Beide koningszonen typeren kinderen Gods, die de zalving van pinksteren hebben misbruikt, of nog misbruiken, om zichzelf te verhogen en de aandacht naar zichzelf toe te trekken. "Kijk eens naar onze gemeente! Mijn bediening! Steun dit werk, want dit heeft de wereld nodig! Onze visie! Onze bijbelschool! Onze zendelingen! Onze organisatie!" Absalom en Adonia lieten vijftig mannen voor zich uitlopen tot meerdere glorie van zichzelf en van hun zaak.

Ieder die, hoe subtiel ook, de zegeningen van de Heer gebruikt ten eigen bate, haalt Gods oordeel op z'n hals. Dan moet er gecorrigeerd worden. Want "de verwaten ogen van de mens moeten worden vernederd en mannentrots neergebogen, want de Heer alleen is verheven. Ja, alles wat zich verheft, zal vernederd worden" (Jes.2:12).

Daarom valt "uit Jeruzalem en Juda alle steun weg: elke steun van brood en water, van held en krijgsman, rechter en profeet, oudste en hoofdman over vijftig" (Jes.3:1-3). Alles wat niet alleen de Heer verheerlijkt, moet wankelen. Alleen Hem komt alle eer toe. De Almachtige geeft Zijn eer aan geen ander! (Jes.48:11). Niet aan gesneden beelden, niet aan hoofdmannen over vijftig, ook niet aan "koningskinderen" die Gods Geest voor zichzelf gebruiken.


AHAZIA EN ELIA

Ahazia, koning van Isral, was een nazaat van koning Jerobeam, die in Bethel en Dan eertijds een afgodendienst had ingesteld. Jerobeam had er de tempeldienst van Jeruzalem gemiteerd, om zijn onderdanen daar weg te houden (1Kon.12:25-32). Hij zorgde voor eigen goden (twee gouden kalveren), voor een eigen pascha, een eigen pinkster- en een eigen loofhuttenfeest. Kortom: hij zorgde voor een perfekte namaak.

Het is duidelijk dat dit alles een beeld is van het geraffineerde werk van de antichrist, die alles van de heilige Geest nadoet. Hij doet dat in een zogenaamd "Bethel" (=huis Gods), ver van het ware Huis Gods in "Jeruzalem".

Al deze geschiedenissen zijn opgetekend ter waarschuwing voor ons (1Cor.10:11). Want ook heden ten dage heeft de antichrist een bijna perfekte namaak gecreerd: zielse beleving in plaats van geestelijke, aardse gemeentebouw in plaats van hemelse, hoofdkennis in plaats van geopenbaarde kennis, enz. enz. En dat gebeurt allemaal in "Bethels", in "huizen Gods" als kathedralen, kerken en kapelletjes.

Nu Ahazia. Hij was helemaal de weg kwijt. Hij had een leger van vijftigtallen. Grootser dan dat kon de namaak van wat Gods Geest doet, niet zijn! Er staat: "Ahazia viel door het traliewerk van zijn bovenvertrek en werd ziek" (2Kon.1:2).

"Ahazia's" vallen uit de bovenkamer! Iedereen die niet meer hemels denkt, is uit de hemel gevallen. Hij is als Ahazia, "ziek". Toen zond hij boden uit, om Bal, een Filistijnse afgod, te raadplegen, of hij van deze ziekte zou herstellen (2Kon.1:2). Onderweg ontmoetten ze een profeet, die een onplezierige boodschap had: hij zou niet genezen (1Kon.1:3-4).

Toen de boden na hun terugkomst die profeet beschreven hadden, zei Ahazia: "Dat moet de Tisbiet Elia zijn" (2Kon.1:8). Hij stuurde meteen een overste met zijn vijftigtal naar Elia, klom naar hem op (Elia zat op een berg) en zei: "Man Gods, de koning beveelt om af te dalen". Toen antwoordde Elia: "Als ik een man Gods ben, laat er dan vuur van de hemel afdalen en u en uw vijftigtal verteren". En dat gebeurde.

Opnieuw zond Ahazia een andere overste met vijftig man. Ook die zei "Man Gods, de koning beveelt om meteen te komen". Weer gebeurde er hetzelfde ....

Opnieuw moest een derde overste over vijftig Elia gaan halen. Deze klom tot hem op, knielde neer en smeekte: "Man Gods, laat mijn leven en dat van deze vijftig knechten van u kostbaar zijn in uw ogen". Toen zei de Engel van de Heer: "Daal met hem af en vrees niet voor hem". En Elia ging mee (2Kon.1:9-15).

Allereerst dit: God is genadig voor ieder die zich verootmoedigt. Het getal 50 komt in dit bijbelgedeelte vijftien keer voor, drie keer vijf. Vijf is het getal van genade, drie van volledigheid. Volledige genade, voor wie zich verootmoedigt als de derde overste.

Dus: "zieke Ahazia's" uit "Bethel" hebben "gouden stieren" als "afgoden" en steunen op "eigen vijftigtallen". Ze hebben zelfs een "leger" dat zogenaamd kan strijden in de naam van God, met "eigen vijftigtallen". Het is allemaal nep, een gruwel voor de Heer.

Veel kinderen van God leven onder "Ahazia's". Maar als ze zich bewust worden van de slechte handelwijze van hun "koning", zullen ze de "Elia" hoger achten dan hun "Ahazia". Daarom gaat "Elia" met hen mee. Niet om "Ahazia" te genezen, want hem zou het vergaan als "Izebel" (Op.2:21-24). Maar om de antichrist te laten zien, dat de mond van een profeet van de Allerhoogste niet kan worden gesnoerd (2Kon.1:16).


ELIA, ELISA EN DE VIJFTIG PROFETEN

Meteen in het volgende hoofdstuk komen we weer het getal vijftig tegen (2Kon.2:1-19). Daar wordt beschreven hoe Elia net als Henoch, zonder te sterven werd opgenomen in onvergankelijkheid (1Cor.15:53). In hem "werd het woord werkelijkheid, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning" (1Cor.15:54). En nu de vraag: Wie ging er met Elia mee?

Dat was Elisa. Samen kwamen ze eerst in Bethel, bij de profeten. Daar stond dus n van de gouden kalveren, die de Heer een gruwel waren.

Daar zei Elia: "Elisa, blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar Jericho gezonden"(v.4). Maar Elisa antwoordde: "Zo waar de Heer leeft en u leeft, ik zal u niet verlaten". De profeten van Bethel bleven waar ze waren: bij hun gouden kalf (v.3).

Toen kwamen ze samen in Jericho, die stad die niet herbouwd mocht worden. Herbouw zou ten koste gaan van de "eerstgeborene" (1Kon.16:34). Ook daar zei Elia tot zijn knecht: "Blijf toch hier, want de Heer heeft mij naar de Jordaan gezonden". Wr was Elisa's antwoord: "Ik zal u zeker niet verlaten". De meeste profeten van Jericho bleven in Jericho achter, maar vijftig ervan gingen ook mee richting Jordaan.

Deze vijftig bleven bij de Jordaan wel op afstand staan (v. 8). Ze deinsden terug! Wie door de "Jordaan" gaat, brengt tot uitdrukking, dat hij niet alleen wil sterven aan het vlees, maar dat hij metterdaad in alles zijn leven niet telt.

Nu was gebleken, dat Elisa een volkomen toegewijde volgeling was. Vrijwillig! Het is net zo met het volgen van Jezus. Hij zei tegen Zijn discipelen iets als: "Jullie mogen ook gaan en achterblijven in jullie "Bethel" of "Jericho" (Joh.6:67). Toen had Petrus geantwoord: "Heer, tot wie zouden we gaan? U hebt woorden van eeuwig leven" (Joh.6:68).

Elisa ging met Elia verder, door de Jordaan. Toen zg hij hoe Elia werd opgenomen in een wagen als van vuur (v. 12). En hij kreeg een dubbel deel van de geest die op Elia was (v. 7). En diens mantel. Ook voor hm kwam er een pad door de Jordaan (v. 14). Hij stak de "doodsrivier" over en leefde verder, als een profeet, in de mantel van Elia!


HET JUBELJAAR

"Na negenenveertig jaar zult u het vijftigste jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor alle bewoners. Dan zal iedereen tot zijn bezittingen en tot zijn geslacht terugkeren. Een jubeljaar zal dat vijftigste jaar voor u zijn" (Lev.25:8-11).

Het Joodse pinksterfeest was op de vijftigste dag na het bewegen van de eerstelingsgarve (Lev.23:15). De uitstorting van de heilige Geest in Handelingen 2 was op de vijftigste dag na de opwekking van Jezus. En nu komt er na "zeven" sabbatsjaren" het vijftigste jaar, het jubeljaar.

Dat "jaar" duidt op de voltooiing van het werk van de Geest van God. Het begon dan ook niet, zoals pinksteren, in de derde maand, maar op de grote verzoendag in zevende maand (Lev.25:9). Het is een "jaar" van volmaakte rust, onverstoorbare vrede, volledige verlossing en vrijheid, van ongekende vreugde, enz.

Het jubeljaar getuigt ervan, dat de wederoprichting (=het herstel) van alle dingen is voleindigd (Hand.3:21). Alles wat iemand rechtens toekwam, kwam weer in zijn bezit. Vrijheid werd in het hele land afgekondigd voor alle bewoners. Verarmde families kregen al hun vroegere bezittingen terug. Elke gevangenisdeur werd geopend, alle ketens verbroken, slaven vrijgelaten. Iedereen keerde terug naar de plaats waar hij van oorsprong hoorde. Het was het vijftigste jaar!


TENSLOTTE

Paulus noemt de doop met de heilige Geest het onderpand van de erfenis. Als je de Geest van God ontvangt zoals dat gebeurde in Handelingen 2, dan ontvang je handgeld. De hele erfenis komt in het jubeljaar. Dat is de "erfenis, die in de hemelen is weggelegd en die gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd" (1Pet.1:1-4).

Daarom: laat u dopen met de heilige Geest en jaagt naar de gaven van de Geest met het oog op dt doel. Richt uw hoop op waar ze hoort: op de komst van de Heer en Zijn koningschap in u, hier en nu! "Christus in u, de hoop der heerlijkheid" (Col.2:27).

Het zal gaan als in de dagen van Noach: er komt een "vloed" van "vuur" en hevige "stormen". In de "ark" is het veilig. Wie de geestelijke waarheden van de getallen 300, 50 en 30 kent in zijn eigen leven, is met Noach "in de ark", "in Christus". "Wie overwint (=300), zal deze dingen berven, en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn (=30)" (Op.21:7). En dit alles gebeurt "niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest! (=50), zegt de Heer der heerscharen".

Home page