Home page


De
openbaring
van Jezus Christus



"Dit is de openbaring
van Jezus Christus,
die Hij door Zijn engel (=Zijn Geest)
aan Zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven"
(Op.1:1).


INLEIDING

Deze serie is bedoeld als een kleine hulp bij het leren verstaan van het boek Openbaring. Veel van wat we gaan zeggen is aan de orde geweest in andere bijbelstudies op deze website. Toen bleek al, hoe overweldigend groots de komst van Jezus Christus is.

In de komende artikelen reiken we alleen kerngedachten aan, als sleutels voor wie oren heeft om te horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Als u daarmee wat kunt, dan vallen alle stukjes van het boek één voor één op hun plek. Dan gaat u hoe langer hoe beter "zien", hoe heerlijk Gods plan is. De apotheose van dat plan is de openbaring van Jezus Christus in en met de Zijnen, met als einddoel de "wederoprichting van alle dingen" (Hand.3:21), van "beneden naar boven" (vgl. Joh.8:23), van "oud naar nieuw" (vgl. Op.21:5), van "dood tot Leven" (Op.21:4).


HET VERSTAAN

VAN DE PROFETIE VAN DIT BOEK

Nu de uitgangspunten, die we bij het lezen van elk gedeelte van het boek nooit uit het oog mogen verliezen.

Allereerst moeten we steeds beseffen waar het over gaat. Hét onderwerp van het boek is de verborgen komst van de volheid van Christus in de Zijnen (=Zijn parousia) en de wereldwijde openbaring daarvan (=Zijn apokalupsis). Als de Heer verschijnt, zullen ook alle "zonen Gods" met Hem verschijnen in heerlijkheid (Col.3:4).

Er volgt daarop een algehele verlossing van Gods volk, de universele redding van de mens, ja, zelfs de bevrijding van de ganse schepping (vgl Ef.4:13, Jes.35:23, Rom.8:19). Het boek begint dan ook zo: "De apokalupsis van Jezus Christus ....." (Op.1:1). En het eindigt met: "Zie, Ik maak alle dingen nieuw" (Op.21:5).


EEN BOEK VOOR WIE?

We moeten ook steeds voor ogen houden voor wie het boek is bedoeld. Er staat, dat de Heer Zijn engel zond naar Johannes, Zijn dienstknecht (Grieks: doulos). En Hij gaf hem de opdracht om alles op te schrijven en het te sturen naar de dienstknechten (douloi) van de "zeven gemeenten" (Op.1:1, 2:1). Het is een boodschap, die gericht is aan douloi van de Heer en die bestemd is voor de gemeenten.

Wat zijn dat, douloi van de Heer? In het oude testament waren dat slaven die recht hadden op vrijlating, maar die van dat recht geen gebruik wilden maken. Een doulos besloot om bij zijn meester te blijven uit liefde voor hem (Ex.21:5-6). Als hij dat besluit nam, werd als teken daarvan zijn oor doorboord met een priem en daarmee vastgeprikt aan de deur van het huis van z'n eigenaar (Deut.15:16-17).

De openbaring van Jezus Christus is dus gericht aan wie niet alleen in Hem gelooft, maar aan wie ook een liefdesrelatie met Hem heeft. Hij "hoort", want zijn "oor" is doorboord aan "de Deur". Hij blijft bij de Heer uit liefde voor Hem. Zijn ziel is aan Hem verkleefd (Ps.63:9). Hij volgt het Lam "gehoorzaam" waar Hij ook gaat (Op.14:4, Joh.10:4,9).

"De profetie van dit boek" toont dus aan douloi, wat er weldra (in en door hen) geschieden moet (Op.1:1, 22:7,10,18,19). Zij zullen met de Zoon openbaar worden als zonen Gods, als verlossers, bevrijders (Ob.1:21, Rom.8:19-21).

En de Gemeente zal door de Vader "gesteld worden tot een licht der volken, opdat Zijn heil zal reiken tot het einde van de aarde" (Jes.49:6, Op.21:11,23). Wat een evangelie!


DE TAAL VAN HET BOEK

Nu de vraag, hoe Johannes de engelenstem kon "horen" en "zien", kon kennen en begrijpen (Op.1:12). Hoe gaf de Geest het hem door?

Hij "hoorde" en "zag" alles in seintaal. Het werkwoord “heeft te kennen gegeven” in Openbaring 1:1 is in het Grieks semaino. Dat is: door een sein duidelijk maken (semeion=sein, teken).

De lezers voor wie het boek bestemd is, hebben dus "seintaal" leren verstaan. Door Gods Geest hebben ze geleerd om de verhalen van de schrift en de profetieën, de wondertekenen en gelijkenissen, de typen, riten en symbolen, enz. te doorzien. De bijbel is voor hen niet alleen een leerboek, maar vooral een boek van herkenning van de weg die God met hen gaat.

En als wij door de seintaal van de heilige Geest hemelse waarheden en geestelijke realiteiten leren "zien" in de schrift? Dan moeten we gaan "zitten" en ons "bezit aan kennis" "uitsorteren" (Mat.13:44-52). Alles wat "oud" blijkt te zijn, moet weg en al het "nieuwe" moet consequent toegepast worden in ons denken, onze handel en onze wandel (Mat.3:2, 4:17, Titus 3:5). Zo leren we te "horen" wat de Geest zegt.

In de Openbaring, en trouwens in de hele bijbel, wordt dus seintaal gebruikt. En waar we een woord of zinsdeel in deze artikelen tussen aanhalingstekens zetten, willen we elkaar er steeds op wijzen, dat we vooral in die context niet aan iets natuurlijks moeten denken, maar aan wat de Geest zegt over een bepaalde hemelse realiteit of geestelijk proces. Zestig jaar geleden vertelde professor Van Niftrik ons dat al in een les bijbelse antropologie. Hij zei: "We lezen de schrift met ons menselijke verstand, maar in alles wat er staat moet je vooral zoeken naar de blijvende, hemelse realiteit waarvan de schrift getuigt".

Gods seintaal kent voor één geestelijke realiteit vaak meerdere tekenen. Het Woord van God kan een lamp voor je voet en een licht op je pad zijn (Ps.119:105), een stem als een donderslag (Joh.12:29), een tweesnijdend scherp zwaard (Heb.4:12), enz.

En in deze serie gaan we zien, dat zonen Gods in Jezus' hand zijn als sterren (Op.1:20), als engelen met een boodschap, als bazuinen (Op.8:6), als "2" olijfbomen (Op.11:4), "4" dieren (Op.4:6 e.v.), "12" voorbestemden, "24" priesteroudsten (Op.4:4), "144000" koninklijk-priesterlijke eerstelingen (Op.14:1-5), als "sikkel" of als "wan" in Zijn hand (Op.14:14, Mat.3:12). Allemaal seintaal!

Dat "hoorde" Johannes dus, toen zijn geest in vervoering kwam. Hij ging door een "open deur" de "hemel" in. Hij "zag" hemelse processen en gebeurtenissen, die zich in geest en in waarheid voltrekken in de Zijnen, tot op de dag van vandaag (Op.1:10,19, 4:1-2).

"En", zegt Jezus, "als iemand Mij liefheeft (als doulos) en de Vader dient in geest en waarheid, dan zal hij Mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen" (Joh.14:23). Dan is Hij voor hem of haar de "Deur" en gaat Gods hemelse koninkrijk open! Halleluja!


EEN POSITIEF BOEK

Het volgende uitgangspunt, dat we nooit mogen loslaten is, dat de Openbaring gaat over verlossing. God is liefde (1Joh.4:8). Eerst maakt Hij "eerstelingen" los van "de aarde" (Op.14:1-5). Dan Zijn gehele "volk". Dan verlost Hij uiteindelijk alle mensen en komt het voor iedereen tot rechtvaardiging ten leven (Rom.5:18, 1Tim.4:10, Titus 2:11).

Om tot dat einddoel te komen, moet Hij zonen tuchtigen (Heb.12:6), priesters louteren (door "vuur"), gemeenten berispen, ieder mens richten (=rechtzetten) en oordelen (=goed en kwaad in hem of haar scheiden met het levende Woord, Heb.4:12). Het is een positief boek! In de loop van de kerkgeschiedenis heeft men er een negatief boek van gemaakt, met hel en verdoemenis, met straf en pijniging, met het vergaan van de wereld en alle mogelijke vormen van onheil.

Maar alle gerichten, oordelen en plagen gelden voor het "Egyptische" en het "Babylonische" dat in ieder mens en in elk menselijk systeem zit. Dát moet weg. De "roede", het "vuur", de "bleek", de "zwavel", de "hagel", het "zwaard", enz. is om te louteren van onreinheid, vleselijkheid, onrecht, zielse namaak en onwaarachtigheid. Het gaat om de bevrijding van dat allemaal! Prijs Zijn naam!


EEN GEESTELIJK BOEK

Elke interpretatie van dit boek, die niet uitgaat van deze uitgangspunten (en dat zijn er héél veel), is menselijke fantasie of verstandelijke interpretatie. De tekst ervan wordt dan toegepast op ontwikkelingen in de wereld, de één nog fantastischer dan de ander.

Johannes "zag" geestelijke waarheden en processen. Hij was "in de geest", "in de hemel", "op de dag van de Heer" (Op.1:10, 4:1-2). Daar wordt niet gefantaseerd of geïnterpreteerd met ons brein, maar gecommuniceerd door Gods Geest in ons binnenste. Dan komt Zijn Woord rijkelijk in ons wonen, omdat we "een oor hebben om te horen wat Hij zegt" (Col.3:16). Het boek is dus één grote profetie van het komen van Jezus Christus en Zijn koningschap in mensen (Op.1:1,11 en 22:7,10,18,19, Mat.6:10).

Dat had Jezus al aan de "twaalf" beloofd: "De Geest zal niet uit Zichzelf spreken, maar alles wat Hij van Mij hoort, zal Hij spreken en de erchomai (=niet de toekomst, maar Mijn komst) zal Hij jullie aankondigen" (Joh.16:13). Hij zou door de Geest eerst in de "12" komen als Christus in het vlees (Joh.14:23-26).

En in het boek Openbaring betreft dat "144.000" eerstelingen. Dat gebeurt in de geest, in het eeuwige nu van alle tijden. En als die "144.000" met Hem openbaar worden, zal werelwijd het evangelie van het Koninkrijk worden geproclameerd en geloofd (Mat.24:14, vgl Luc.4:43, 8:1, Joh.20:21b, Fil.2:10).

Het gaat dus nergens in dit profetische boek over wereldse gebeurtenissen uit het verleden of in de toekomst. We lezen er niets over wereldrijken, niets over mondiale, politieke conflicten. Johannes "zag" niet het vergaan van onze planeet. Wat hij "zag", was het voorbijgaan van al het "oude" en het komen van een "nieuwe" hemel en een "nieuwe" aarde (Jes.66:22, Op.21:1). Hij "zag" "de wederoprichting van alle dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher" (Hand.3:21).

Hij voorspelde geen atoomoorlog die alles kapot maakt, geen complottheorie, geen spectaculaire opname als ontsnapping uit een zogenaamde grote verdrukking, geen herbouw van een tempel van steen in een aards Jeruzalem, enz. enz. enz. Al die opvattingen zijn "oud", niet "nieuw". Ze slaan de plank helemaal mis. En wat is het triest, dat juist zulke gefantaseerde theorieën overal worden gepredikt en door gelovige christenen als zoete koek worden geslikt.

Home page